170809 Spartansberg Wilmington Volant Smicksburg

Vannacht hebben we twee maal iets gehoord dat sterk aan Uilen doet denken. Gisterenavond zag ik ineens een rubber mini uiltje op de kleerkast geplakt zitten. Leuk ding! Ook op de spiegelwand daarnaast zittten er een paar….verdacht: waar nog meer? Met grote grijns vertelt Mar dat ze op elke spiegel te zien zijn waar ik al een paar dagen in kijk. 

En jawel, leuk!!!

We rijden vroeg weg want we hebben een ingelast reisdoel, Spartansberg en dat ligt 21mile terug naar het noorden. Daar woont een flinke concentratie ‘Byler’ Amish en we hopen daar wat glimpen van op te vangen. Ja, we beseffen dat ze erg teruggetrokken op hun grote boerderijen wonen en zich liever niet laten bewonderen. Maar toch willen we een woon- en leefidee van ze krijgen.

Vlak voor Spartansburg duiken we een zandzijheuvelweg in naar een iets afgelegen  Quiltsupplies store, dus Mennonieten. Helaas, geen kussentje of iets anders. Wel een blik op een fraai huis, land, kinderspeelgied en – terrein, paarden en buggies met ijzeren band rond de houten wielen.

In Spartansburg hebben we ook nog twee andere doelen. Mar wil een kussentje en we willen bij de Dutch Treat Birch beer drinken. We parkeren naast de Dutch Treat, een cafe restaurant,

waar een meertje naast ligt met Muskuseenden en broodganzen (Grauwe gans, import?) maar lopen eerst het zaakje er naast binnen om het kussentje te zoeken, zonder resultaat maar wel genoeglijk babbelend. We vernemen dat de jonge Amish hier vaak wegtrekken naar Amish gebieden met modernere inzichten, maar ook vaak weer verloren terugkeren. Voorts dat door gebrek aan opleiding, de Amish elk idee van andere Amish overnemen en dus daar geen spat aan verdienen. Nieuwe mode is honden fokken. Tenslotte dat de beste tijd om ze te zien het moment is dat de bank en de ijzerhandel open is (zelf mogen ze geen elektra en machines gebruiken…), want daarvoor komen ze naar het dorp.

Op weg naar de Dutch Treat zien we een aantal Amish bij de bank binnen, en die zijn fotovoer nadat ze buiten komen.

In de Dutch Treat krijgen we bij de koffie een typisch Amish bruiloftdessert, Date Nut Pudding. 

Dan rijden we richting Wilmington, maar niet zonder eerst de heuveltopweg op en af en op en af te rijden waar de boerderijen liggen; we zoeken immers nog het bier en het kussentje. Helaas, geen verkoop aan huis maar wel een fraai beeld van hun wonen. Zeer ruime landerijen met enorm huizen, grote schuren voor paarden, etc.

Iets verder op doorreis slaan we weer af naar een thuisverkoopboerderijtje. Dit keer een kleinere, met slordig erf 

en naar we horen 5 honden (fok?), één vleeskoe, 2 paarden en pony’s. De alleraardigste, en volgens ons verstandelijk beperkte, mennonietenvrouw die op de winkel en de 3 kids van haar broer paste, kon ons nauwelijks verstaan of snappen en vice versa. In de winkel was geen kussen of bier, en vort gingen we.

In Meadville zien we een tankstation waar we 25$ prepaid tanken, lukt precies…..    even verder is een groceryshop, dus op de rem want we moeten vanavond ook eten. Het blijkt een Mennonieten winkel te zijn, met Mennonieten als klant en met Berkenbier in de schappen, ons aangeboden door een Mennonietenschone!!

Volgende stop is Volant, waar we de zoektocht vervolgen. Een leuke oude trein, met loc en wagons, dient als winkel zijn laatste bestaan.

 Niets te vinden, maar leuk. Iets verder is een antiek en van alles winkeltje waar we 10% korting vragen krijgen op het kussentje en waar Mar en de verkoopmevrouw een vederhoed passen; schattig, grappig en onderhoudend. Aan de overzijde, bij de Oude Zaagmolen, nu restaurant, genieten we aan het riviertje van een ijsje, onderwijl een hondje knuffelend. Er hangt een roodwitblauwe vlag buiten, ook dat is een Amerikaanse vlag dat bloederigheid, eerlijkheid en lucht voorstelt, zegt de ijsverkoopmevrouw….

Bij de buren, Knocking Noggin cideri and winery, proeven en trakteren we ons op een fles 7 Ni Niagara’water’, een zoetige witte wijn, die Mar deze avond zal verblijden.

We rijden weer voort en letten speciaal op de categorieen huizen die we tegenkomen. Daarover de volgende special!

Rond 4u slaan we af en proberen het Morraine State Park in te schatten op overnachtingstolerantie, en besluiten door te karren. Dan maar de afslag naar een kerk, die ons over een smalle stijgende slingerende en erg ‘open’ geasfalteerde bosweg naar een graan en grasgebied met kerkje brengt in West Valley, waar we het verste plekje innemen. Beetje pech dat het woensdag repetitiedag is zodat er veel mensen aankomen. We vragen naar de priester en ff later komt die aan. Na wat gebabbel wijst hij ons de weg naar de Turnpike (vreselijk drukke tolweg naar/van Pittsburg)…. oeps… en gelukkig daarna waarschuwt hij voor spinnen, slangen en teken alvorens ons ootmoedige toestemming te verlenen hier te blijven, vannacht….. Bezorgd vraagt hij of we iets nodig hebben en of we gegeten hebben. Nee, dank u, we zijn zelfverzorgend! 

Slaap lekker!

170808 New York =》Pensylvania

Vanochtend is het even stressen. Eerst de Canada sim uit en mijn eigen sim in de telefoon, maar waar bewaar ik dat ding ook al weer….. Er moet nodig gebeld worden om onze day-permits veilig te stellen voor de camping van 25 november want die camping staat op een bijzondere plek waar je speciale permits voor nodig hebt en die kun je pas vanaf een bepaalde tijd tevoren telefonisch aanvragen. Ik krijg, terwijl ik internationaal bel 12 wachtenden voor me maar ik kan teruggebeld worden…..oh ha…internationaal?..   nee dus. Dan wil ik ze mailen maar de T-mobile sim heeft geen bereik en zal dat tot Oil City ook niet doen. 

De plantsoenwerkers van Cherry City komen net aan als we vertrekken. We rijden binnendoor naar Mayville, want hier begint de Amish streek. Het landschap wordt ruimer, steiler,  hoger. Er is veel landbouw met wijngaarden, aardappelen, andijvie (?), mais en hooiland. De huizen staan op kleinere percelen, zijn vaak een enkele verdieping en lijken op stacaravans. Veel huizen en boerderijen zien er slordig en verwaarloosd uit. Geen Amish, buiten twee zwarte buggies die in twee schuren te zien zijn. In de stadjes die we passeren  checken we of T-mobile al bereik heeft; niet dus. Een biblotheek is dicht, en een cafe blijkt geen cafe te zijn. Open internet vraagt om een wachtwoord in Mayville.

We tuffen door naar Lowville en verlaten de staat New York om Pensylvania in te rijden. Onderweg halen we een bakkie bij een oude ‘store’ Stedman’s Corners Cafe net buiten Mayvill met gezellige inrichting en prima wifi.

 Alvorens te gaan mailen, bel ik nog eens. En verdimd, meteen contact. De reserveringsmevrouw geeft me een ander telefoonnummer en geeft aan dat ikk 28 augustus 9u central time nog eens kan bellen, want dan gaan die opties publiek. Mooi, geregeld vooralsnog. 

Onderweg naar en vlak voor Oil City slaan we af naar het Old Creek State Park via een slingerende smalle weg door de bossen. Vlak voor het parkbord is een mooi plekkie, maar we besluiten het park nog in te rijden. We komen bij Petroleum Station, een oud station met oude aankleding.

 

Leuk om te zien, je voelt de sfeer. In deze buurt ligt ’s werelds eerste commerciele oliebron uit aug.1859 met een diepte van 21m.

Na wat gebabbel met een paar onderhoudsmannen en het even proberen en dan snel vergeten van hun suggestie om te gaan staan voor de nacht, praten we met een bramen plukkende hoogblondine die ons wist te vertellen dat hier Bold Eagles zitten die vaak op deze plek rondzweven, en dat de parkranger een aardige vent is (gaven de onderhouders ook al aan) zodat we niet weggestuurd zouden worden, en dat we voor Amish het best (21mile terug….bummer) naar Spartansburg kunnen gaan. Iets later zien we 4 kalkoengieren een aantal maal circelend overkomen. Een uurtje later komt de ranger aanrijden en lopen en zitten. We kletsen over van alles zoals Bald Eagles bij de kreek verderop, zijn vriendin die long en ademhalingsfysio studeert, gekocht huis en grasmaaien etc. Er zit in dit park jaloersmakend veel wild, en velen komen naar hier om te jagen. We hebben het ook nog even over latijnse namen (Betula, Pinus ….  e.a.)  Hij legt ons uit dat hij niet hoort dat we willen overnachten maar vertelt wel dat bij de skipiste plek is, toiletten zijn en 6 soorten uilen zitten en dat alles uit zicht. Morgenochtend zal collega Dave mogelijk wel op de deur kloppen…… De ijzeren brug die we over moeten is 11feet hoog, onze bak 10…… Het lukt en daar staan we dus nu. Er wordt verderop geknald.

Beestjes en plantjes: White tailed Dear heeft lichte vlekken als ze jong zijn, als camouflagezonvlekken (damhertachtig); er lag een dood ex onderweg langs de weg. Opmerkelijk dat daar ook geen enkele vogel bij zat, Kraaien zien we hier überhaupt weinig, wel regelmatig roadkill (racoon e.a.). Kalkoengieren. Geel met zwart vlinders. 

Het is 21u, nog geen uil gehoord. Muggen en (steek)vliegjes in het groen, maar behapbaar.

Opmerkelijk: De dieselprijs ging in één keer 25% omhoog na binnenkomst in Pensylvania….Bummerdebummer. Een apart waarschuwingsbord: ‘blind person area’. Borden ‘do not pass’ bij een doorgetrokken en ‘pass with care’ bij onderbroken middenlijn.  Hier is ook een rout 66; deze rijden we wel een stuk. Mar maakt een zeeanemoonachtig kunststukje en verspreekt zich….