170823 24 25 CrabTree Falls en Otter Creek

De vroege trip uit Shenandoah begint somber met lichte regen. De hertenfamilie neemt niet eens afscheid en houdt zich (ver)schuilend. Ook mamma en kiddo’s beer zijn er niet. De wei is zonder Yogi. Onderweg slechts een paar mannen witstaart. 

Shenandoah uit, betekent de 105 mile Skyline drive verlaten en de 468 mile lange Blue Ridge Parkway in en op. De naam duidt op de blauwe waas die de mistvlagen op tophoogte vaak hadden; door luchtvervuiling is deze nu grijs. Deze weg is aangelegd als verbindingsweg tussen Shenandoah zuid (Waynesborough) in Virginia en Smokey Mountains (Cherokee reservaat) noord  (vanaf mile 217-468 in North Carolina), die we geheel af zullen rijden waar deze overgaat in de Tenessee Smokey Mountains zuid. Hij ligt pal op en over de top van deze Appalachen mountains, met hoogtes tussen de 650 en 6050 feet, alsof ze er een kaasschaaf over hebben gehaald. Onvoorstelbaar dat je links en rechts vaak steil naar beneden kijkt en toch relaxed vaak 60 (max 80) km/u draait op een bredere weg dan in Shenandoah. Wat hem lelijk maakt is dat de bermen breed worden gemaaid. Geen  ruigte tot aan het opschietend hout, geen vlinders, geen beesten behoudens overrennende eekhoorns en een Kalkoengier in een boom, etc. We zagen dan ook slechts één keer een jonge overstekende witstaart. Wat ook onvoorstelbaar is dat ze in 1950 ruim 50mile spoorweg door deze bush op dezelfde hoogte legden, om al het hout dat te halen was af te voeren; hoeveel hout vergde die spoorlijn zelf niet?.

 Wat nu groeit, is allemaal jonger. Ook onvoorstelbaar is dat de Appalachentrail (looproute!) door zowel Shendoah als 103mile door de Blue Ridge Parkway op ongeveer dezelfde hoogte als de weg loopt en is aangelegd meter voor meter. Wat deze weg mooi maakt, tot nu toe, is het rijden door open en dichte bossen, met veel vergezichten op steeds weer andere vormen van groene bergen met wat open plekjes met bewoning, bebouwing en verbouwing diep beneden en daar achter weer nieuwe bergruggen zover je kijken kan. Jammer dat de zon de boel niet nog scherper zichtbaar maakt en de waas niet doet verdwijnen.
De Blue zelf is geen nationaal park. Wel zijn er een paar visitor centers met meer souvenirs dan info. De berenTshirts zijn lelijk. De eerste zien we na 5mile, Humpback Rocks, en daar halen we de overzichtskaart van de Blue. Er is geen boekje over de Blue…., had ik wel op gerekend, bummer.

Eva wil ons 25mile verder een ‘shortcut’ weggetje met steenslag in laten gaan, maar na een paar 100m en steile helling draaien we om, en soms met bijna slippende wielen rijden we terug en op veilig asfalt  weer verder. Iets verder wel de ’56’ op, naar  Crabtree Falls, erg verwarrend want die naam zien we ook vlak bij Cherokee weer terug op de Blue. Hier overnachten we, na een winkelhaak in de achterplaat van de wagen te hebben veroorzaakt bij het achteruit rijden  bij de dumpplaat. Deceptie… en duktape, verzekering informeren, dealer bevragen; echter geen wifi of cellbereik…. We zien dat de LPG tank al behoorlijk leeg raakt, rond 50%.

170824. Vroeg op pad naar de Blue. We zien op dit stukje meer witstaarten dan op de Blue, daarna naar Otter Creek. Bij de oprit is ook nog geen cellbereik. Halverwege zien we op een bergtop masten, en onze mifi heeft nu wel bereik. Meteen aan het werk om de emails omtrent de winkelhaak te versturen, de Visatekorten via AbnAmro aan te zuiveren, en de Revolute creditcard saldo en boekingen op te vragen. Dan een stuk geruster weer verder tot Otter Creek bij milepaal 50, waar we 2x overnachten. De controlemevrouw heeft hier wel het verwachte boekje paraat plus een hikekrantje. Het restaurant is dicht, niemand wil die concessie… Op het infobord wordt de op 3mile verder gelegen KOA camping aangeraden voor LPG afname, meevaller…. tenminste als ze de goede aansluiting hanteren….  Mochten we vragen hebben? Dan is er een host! Alsof we zitten te wachten op nog zo’n de vriendelijkheid zelve zijnd echtpaar dat uit pure zelfvoldoening en status hun alternatiefloosheid bevredigt door iedereen op het park te benaderen, uit te vragen en dat weer rond te bazuinen. En ze hebben ook nog als enige full hookup en rijden besefloos diverse ‘klantgerichte’ rondjes met hun auto voor 500 goed te belopen meters.

Meteen gaan we naar de propaan en koffie. Bij het binnenrijden komt een blonde jonge KOAgirl ons bij de wagen verwelkomen, waarna ook de LPG vulling prima verloopt. Wel 3.9 gallon, oftewel ruim 15liter (van de 22) getankt! Hoogste tijd dus, want in de Appalachen staan we overal zonder service, dus zonder elektra, dus met uitsluitend propaan voor koelkast en koken en theezetten, ect. De paar keer dat we duur doen met elektra is daarbij verwaarloosbaar. Hopen maar dat we telkens op tijd een vulstation vinden. So far, so good!

De koffie is hier betaalbaar, de choco ook. Een wel (be)vallende berenTshirt wordt snel in een linnen tasje  (die wil Mar wel; plastic niet!) met nog wat klein spul gestopt, betaald en meegenomen. Wij blij, KOA blij. Wifi lukt niet, dan moeten we voor straf blijven en dat doen we niet.

Terug naar de Otter Creek, die op het laagste punt van de Blue stroomt en waar we langs en overheen gaan lopen. Leuk stukje, open bos met soms wat laag kruipend spul met rode (vossen?)bessen, paddestoelen e.d. Resten van de railroad bij de Wigwam Falls, een dum stroompje nog.  Weinig spannends, behalve de overstekende Mar….

De rest is lanterfanten geblazen, het stuk gesmolten gestolde Hershey chocolade klein slaan/snijden en opsmikkelen. Mar fröbelt vrolijk voort.

Eekhoorntjes vermaken Mar tijdens mijn dutje. De appelresten gaan gauw naar binnen, Mar wil geen beren lokken. Ik wel… We lopen nog een avondrondje en zien slechts tentgasten.

Die avond om 9u kijken we blij verrast op. Oehoe hoe hoe hoe hoe hoe hoe: Barred Owl! Hij laat zich opnemen maar is het spoedig zat en vliegt op.

170825 Uitgeslapen gaan we na het ontbijt naar Otter Lake. Dit gebied is het laagste van de Appalachen maar het meertje lijkt ons wat kunstmatig, gezien de stenen dam die het waterpeil van de uitstromende kreek bepaalt, dat naar James River stroomt een paar mile verderop. We lopen hier een ommetje langs en over de kreek en over paden die door afwatering zijn uitgeslepen. Meteen in het begint vliegt krijsend een Belted Kingfisher (33cm grijswitte ijsvogel) over. Het meertje zelf oogt ondiep met weinig beweging of leven. Mooie libellen zijn er zat. Een paar ‘Cardinal’ blommen knallen rood in het zicht bij het water.

 Laag rode bes dragend groen siert de paden. Bijna aan het eind van de omme zien we een paar oude bewijzen van bevergeknaag, maar bij dit lage waterpeil met alleen dammetjes van keien is actueel voorkomen twijfelachtig. Dan komen twee kijvende Kingfishers het wegjagen voordoen, en vertrekken we dus maar.

Iets verder is een minimuseumpje dat binnen en buiten beschrijft hoe President George Washington in 1795 dit gebied aanwees om een west-oost gericht kanaal te realiseren vanaf de James rivier dwars door de Appalachen hier. Vanaf 1800 is er op tal van plekken aan gewerkt. Er werden sluizen gebouwd die schepen van 20ft (6m) breed over een hoogte van 15ft konden schutten. Die door muilezels getrokken trekschuiten moesten richting de grote rivieren in Ohio kunnen varen. Militair was deze verbinding van groot belang. Rond 1850 zijn grote delen door de Unionisten vernield in de grote burgeroorlog. En in 1860 is het kanaal verkocht aan de spoorwegen die van de het jaagpad snel een spoorlijn wisten te maken. Tussentijds werd Washington’s visie van grote welvaart door handel via het kanaal en vervolgens spoorlijn bewaarheid. Buiten is nog een toen gebruikelijke sluis te zien via een loopbrug onder de Blue bridge daar. Groot denken is hier al lang geleden praktijk.

Tijd voor koffie, boodschappen en voltanken in Big Island, vlak bij. Voor $16 twee gerechten drie bijgerechten, koffie en icetea (zonder ijs, gezoet) plus 2 refills. Het restje boxen we up en we gaan lanterfanten. Op de kruising naar de Blue zit in het centrumveldje een Woodchunk alias Groundhog alias  Whistlepig

 (familie van de eekhoorn en orde der marmotten, lijkt wat op de klipdas) zijn maag met gras of zo te vullen en duikt zo snel mogelijk zijn hol in, in de bushrand; overigens werd hij als plaag beschouwd, zijn vlees in de ‘stew’ en de huid voor de banjo gebruikt. Een eekhoorn speelt bij de campground voetganger; die hebben bij wet voorrang hier… Na de wagen geloosd en gevuld te hebben, babbelen we wat over lucht ea vervuiling en over het fluitvarken met ranger Boggles. Hij snapt niets van de onnadenkendheid hier. Het lanterfanten begint. Boven ons circelen twee raven. Naast ons komen twee rangers/medewerkers iets bij het toilettenhuis doen. Eén blijft in de wagen. De motor blijft lopen. Ik geef ze aan daar niets van te snappen en niets te willen ruiken uit die uitlaat. Niet aanspreekbaar etc. ‘We move in a minute’.

Beestjes en plantjes: Zoals in de hele Appalachen zien we ook hier veel grote rupsenspinsels (?vlinderspinsels?) in de bomen. Net als bij Big Meadows zien we ook hier drukke Vliegenvangers (Grey Fly Catcher?) met zwarte pootjes en snavel, zonder oogring, met wittige borst en buik,  met lichte vleugelstrepen dwars en langs, ook veel op de grond fouragerend vanaf lagere takken en paaltjes. Gisteren een Kardinaal op de campground. We vernemen dat dit jaar de ‘jonge’ cicades geslachtsrijp uit de grond komen, na 7 jaar verblijf daar en dat dit hun enorme geluidsproductie elke nacht verklaart, een natuurfenomeen dus. Op de campground staat een lange dunne berk te wedijveren met een dikke grote naaldboom met bosjes lange naalden (Hemlock? Deze staat erg onder druk van niet te bestrijden houtparasieten). Eerder onderweg, de ‘kastanjeeik’: Een boom met eikels maar met kransen van bladeren! Op ons overnachtingsplekje staat triest uitgebloeid een ‘calimero’ orchideetje, naast een grote boom. Een plantje langs de kreek heeft rode tros bloemen, de ‘Cardinal’? In die kreek zien we kleine forellen (!?) rondflitsen; er schijnen 3 soorten te zijn, waarvan 1 inheems die langzaam verdwijnt door territorium verlies downstream. Verder: zie boven. Geen Skunks, Racoons, Opossum deze dagen. 

Wat ons opvalt: de KOA campings hebben volgens zeggen van betrouwbare bron allen propaan met de voor ons juiste aansluiting. We zien soms een grappig waarschuwingsbord van een omvallende fietser op een bollende weg. Vorige dagen zagen we waarschuwingsborden met de tekst ‘falling rocks’ en ook met ‘fallen rocks’. Hier zien we al een paar dagen geen stijgingspercentages bij hellingen genoemd. Met regelmaat rijden er motorrijders, jong en ouder, met zeer luide muziek op. Doorlopend vermakelijk zijn de namen van van alles waar de historie van af druipt. Voorbeelden: Indian Paintbrush (plant), Wetstone ridge (bron van slijpstenen), Yankee Horse ridge, Trading post, Jumpingoff Rock.

Wifi en cellbereik is schaars. Opladen op 12v van van alles nog trager en we rijden weinig. Dus voor meer foto’s, zie dropbox; kan ff duren allemaal….