180613 Fort Laramie en Wounded Knee

Rond 5u vanmorgen begint een stel Coyotes met hun concert. Pal daarop beginnen de vogels te kwinkeleren, vooral een Lijsterachtige die een Wielewaalgeluid produceert dat we de hele dag door zullen horen; zien doe je hem niet! Om 6u op en om 8u weg zorgt er voor dat we 8.20u al bij Fort Laramie zijn.

Dit fort ligt op een belangrijk punt voor de ‘Oregon trails’ sinds 1849 -1890. Hier komen de Laramie- en de noordelijke Platte River samen, ideaal voor trappers. Eerst was het een buffelhuidenhandelspost in 1834. Zowel de postkoets-, de pony-post- als de kolonisten trekroute en handelsroutes lopen van de Mississippi via dit punt tot Californie, Sacramento. Tal van Indian Wars zijn in deze streken uitgevochten. Diverse forten langs deze route moesten de blanke belangen verdedigen, zoals Ft Caspar en Ft Fetterman. Zo ook Fort Williams vanaf 1834, later in 1841 Fort John genaamd tot het in 1849 Fort Laramie werd. Doorlopend jaagden de troopers op de Indianen. De First Nation volkeren waren uiteindelijk dodelijk de klos.

In dit fort echter was een hechte vriendschap tussen Brulé Sioux Sicangu Lakota stamhoofd ‘Spotted Tail’ (Sinte Gleska), die in 1868 het dode lichaam van zijn dochter Mni Akuwin in het fort wilde begraven waar ook het graf van zijn vader was sinds 1825, met Colonel Maynadier die begaan was met het lot van de stammen. Zij werd er met Indiaans ceremonieel begraven. De mannen werkten samen ‘hecel oyate kin nipi kte’ (ter overleving vh volk). Gleska werd later door een stamlid vermoord. Andere van hier bekende namen zijn Red Cloud, Kid Carson, Calamity Jane, Buffalo Bill, Wild Bill Hickock en de killer generaals Crook, Sherman en Sheridan die na de Civil War o.a. ook hier hun moordzucht kwamen uitoefenen.

Het gehucht Laramy hier telt 300 inwoners en ziet er best aardig uit.

We rijden vandaag en gisteren ruim 820km over tweebaanswegen. Vanaf Fort Laramie rijden we de hw26 naar het oosten, Nebraska in. Onderweg zien we een paar dode Raccoons,

en een paar zwarte kleine lange wezelachtige dieren, Zwarte Fretten?

We rijden een enorm end naar Pine Ridge voor een burrito en om te tanken. Pine Ridge is een Sioux Oglala centrum van het Sioux reservaat. Overal zijn wat wij ‘affordable plus’ woningen zijn gaan noemen: Iets beter dan een stacaravan met hookup. Veel slordig geklede en vaak dikke wat chinees aandoende Sioux lopen wat rond of vragen om geld of een boterham. Een aantal draagt twee vlechten. Veel anderen hebben het haar in een staart. Wij vinden de Navajo’s (Monument Valley, Antelope Canyons) er beter uitzien, welvarender ook.

Een tiental km’s verder komen we bij Wounded Knee, met een monument op het lokale Sioux kerkhof voor de hier in 1890 vermoorde Indianen door het USA leger. Zo’n 250 vrouwen en kinderen en mannen werden met de toenmalige nachinegeweren neergeknald na wat geschermutsel tijdens de overgave en ontwapening. Het monument bevat alle namen.

Het veld aan de overzijde waar dat gebeurde geeft een macaber gevoel. Het was een van de laatste Indianenslachtingen door het leger.

Rijdend over de lange lange wegen door de ‘korte golf’ en ‘lange golf’ heuvels met onafzienbare weiden, graanvelden en akkers is het heel goed in te denken hoe hier ooit gemoedelijk de stamleden hun dagelijkse dingen deden. De grond is goed en wild was er in overvloed, vooral Bizons. Het zal je maar gebeuren verdreven te worden en genocideslachtoffer te worden, of een paar duizend mijl te moeten lopen naar een reservaat. De diep gewortelde haat is te herkennen in het naastgelegen Museum waar de meer militante indianen hun verhaal doen.

Meestal is de grond- en rotskleur grijswit. Na Wounded Knee was er ineens een rode kleur. Apart om daar ook Prairy Dogs in aan te treffen.

Via Pine Ridge gaan we weer terug. Na weer een enorme afstand tussen heuvels en heuvels recht uit en wat slingerend en langdurig zonder zijwegen komen we bij Hot Springs. Vlak er voor tanken we weer vol, $3,31/g en we blijken in South Dakora te zijn aangekomen zonder het te merken. Bye, bye Nebraska, het was kort maar krachtig!

Hot Springs is een aardig plaatsje met een apart en mooi type bouwsteen aan vele gebouwen.

Dan slingeren we de hw385 naar Wind Cave NP op, wat onderdeel is van de Black Hills. Bij het Vis.C. pakken we wat foldertjes en horen hoe en wat met de Cave en campground. De wifi is goed en daar maken we gretig gebruik van. Onze mifi doet nog steeds niets, geen bereik……

Beestjes en plantjes: Langs de heuvels en wegen vinden we de witte roos-lookalike San Rafael (?) Prickly Poppy en de blauwe Wild Spiderwort

soms heel veel Blauw/paarse (voeder?)Wikke (Wild Vetch), Gele Honingklaver, Rode Klaver, Andoorn (?), Yellow Salsif, Dagkoekoeksbloem, Akkerhoornbloem en Alphalpha. Een Torenvalk (Am. Kestrel) verrastte ons zeer, net als het geluid van een fazant (of ral- of reigerachtige?). Een Northern Harrier (Blauwe Kiekendief) vocht met de wind. Eea geeft ook goed aan hoe vruchtbaar de grond hier is. In Wind Cave struikelen we voorts zo ongeveer over de honderden Prairie Dogs. Op de campground komt nog een Kalkoengier over en een Konijn huppelt langs.

Wat opvalt vandaag: Het zijn lange wegen maar goede, meestal. Je rijdt vaak praktisch alleen, wat lekker doorrijdt. De wind is wel krachtig en kan verrassend zuigen en trekken waar vlakte en heuvel elkaar afwisselen. Nebraska komt welvarend over, groen. South Dakota gaan we wat langer besnuffelen.

180603 11 12 Denver2Guernsey CO WYO

180603. De vlucht met Delta Airlines naar huis verloopt zonder problemen. We zitten tot Salt Lake City niet naast elkaar. Het uitzicht valt wat tegen waar ik gehoopt had de Rockies te kunnen zien. Uiteraard is het erg bergachtig op de lijn Denver- Salt Lake City, hoewel de laatste in een groot komvormig dal ligt ingesloten. De Salt Lakes wateren niet verder af, dus is er alleen verdamping en dat laat zout achter. De vlucht naar A’dam begint in het donker, dus films kijken is wat rest.

Auto uit de schorsing en het starten verloopt prima. De week is druk, ducatogarage, kapper en tandsteenmevrouw bezoeken, en zaterdag 9/6 bijzonder plezierig. De Weesper kiddo’s nemen we mee voor een nachtje om ze zondag weer af te geven; dolle pret! Dan is het omschakelen, schorsen, opruimen, inruimen en pitten geblazen.

Dit intermezzo sluit na deel 1……….

ook deel 2 af.

Na ong. 26200km beginnen we nu aan deel 3: USA Noord plus Canada plus Alaska…… als alles goed (genoeg) gaat…

180611. We vertrekken rond 7.30u in Hoofddorp naar de bus. Mar gaat nog even terug om haar buskaart uit de vuilnisbak te halen. De bus zit vol en het wordt staan. We lopen vlot door en mogen zelfs een butyleenkoker meenemen. Het spuitpistool wordt met argwaan bekeken. Tijdens de vlucht lukt het mij op USAnachttijden te pitten. Disneyfilms blijven leuk, merken we. Bij aankomst ben ik de koker alsnog kwijt, jammer. Hiermee wilde ik een camperraam afkitten. Eenmaal buiten stuiten we meteen op de parkingshuttle van Wally Parking en even later maken we de Zwerfuil vertrekgereed. De koffer en tas ruimen we die avond nog wel uit.

We rijden in de namiddag nog naar Greeney om daags er na bij de Walmart en de Chrysler Dodge Ram dealer aan te kunnen wippen. Vlak er voor was een wegonderbreking met ruimte plus portable toilet, waar we over overnachten.

180612. Hoe de dealer ook zijn best doet, ook hij weet niet hoe de al 5000km telkens opkomende ‘ververs de olie’ boodschap op het dashboardconsole te verwijderen is. Dus ook niet hoe de over 263km komende boodschap ‘doe onderhoud’. Fiat Denver komt met trucjes die niets uitrichten. Dus gaan we onverrichter zake verder naar de Walmart om de hele voorraad opnieuw in te slaan. Dure grap! Maar wel warme kip mee!

We gaan nu weer het ‘Wilde Westen’ gebied in en talloze bekende en onbekende aspecten herinneren ons daar aan. Allereerst het landschap dat ten noorden van Denver vrij vlak is, groen en tamelijk vochtig en veel prariehonden herbergt die ons aan-en nastaren. Blijft leuk! Daarna wordt het bij Greenly grassiger; de prairiehonden bleven aanwezig hier en daar, soms als roadkill net als een skunk en een hert. De eerste Pronghorn wordt weer gezien.

We slaan Cheyenne over, want voor de 12u show van de Gunslingers zijn we te laat. Wel kunnen we zo stevig doortuffen, want we moeten nog een eind. We rijden Colorado uit (Bye, bye) en Wyoming in, in het uiterste zuid oosten. Bij het Welcome Center voelen we ons echt welkom. Prima parking met dumpstation, dus tappen we schoonwater en spoelen het toilet grondig uit. Binnen gratis koffie, overzichtelijke brochurebakken, een Mammoetskelet en vriendelijke infomevrouwen. Helaas, ze hebben geen flora-uitklapbrochure, of cultuurhistorische info over de first nations, behalve dan dat er één reservaat is bij Wind River en dat in Yellowstone de Nez Percé indianen settelden, ooit. In de wagen eten we halve bijna koude kip.

Ten westen van Denver en Rockey Mt NP leefden de Arapaos, in het midden de Utes en noordelijk de Commanches. Onduidelijk blijft wie het oosten bevolkten, en wie het groene gebied waar we nu doorheen rijden. Echte grasprairies, met hier en daar bloeiende Yucca’s en soms zelfs veel. Dan wordt het ‘korte golf’-heuvelachtiger en is de ondergrond ineens bovengronds zichtbaar, mooie plaatjes van eerst Mesa’s met capstones

en plotsklaps ook een stuk met rots-tanden en boulders met scherpe hoeken en randen.

Even later zien we die niet meer, maar we weten nu wel wat er zich onder die groene glooiende oppervlakte bevindt. In het westen blijven lange tijd de Rockies zichtbaar, maar dan draaien we er noord-oostelijk van af.

We rijden op ong. 1600-1750m hoogte over golvende tamelijk rechte wegen die meestal prima en soms matig zijn. Overal zien we ranches, corrals en uitgestrekte prairieweiden met stieren, of koeien al dan niet met kalf en voorts wat paarden. De ranches zijn meestal groot, fraai en meerlagig. Vanuit de lucht zagen we behoorlijk wat plassen, poelen, meertjes en riviertjes. Om de haverklap zien we een eenzame zwervende Pronghorn en eenmaal een kleine groep er van. Het is de echte ambiance waarin je de cowboys veedrijvend/zoekend voor je ziet. Ook de steenarend (Buizerd?) zweeft een momentje langs. Deze vogel werd door de indianen levend gevangen voor een paar van zijn veren, en werd daarna weer vrijgelaten.

We gaan van de HW25 naar de HW26 richting Fort Laramie. Een stuk er voor is een uitstekende restarea bij Guernsey, met mooie stenen overdekte picnicplekken en fraaie restroom aka washroom. Jammer dat de Zwaluwnesten van de geheel donkere Zwaluwen er duidelijk telkens verwijderd worden…. Een herrie makende vrachtbak vertrekt gelukkig, en we besluiten te blijven. Een halve koude kip met asperges verder toont zich nog een Pronghorn voordat het donkert. De mifi heeft geen bereik, balen…

De Mormonen waren er vroeg bij om ook deze streek te koloniseren. Al in 1847 volgde Brigham Young de Platte en de Oregon trail vanaf Fort Laramie. Tal van trails lopen west-oost door Wyoming. Vanuit Texas werden de koeien naar Noord Wyoming gedreven. Als je de zachte glooiingen ziet, kun je je dat hier goed voorstellen.

Guernsey is bekend vanwege een enorme archeologische site met Paleo Indian restanten, zoals blauwe Clovis pijlpunten van Agaath, etc. Ook Rode Ocre werd door hen al volop gebruikt en gehaald uit wat nu de Sunrise Iron Mine heet. Het is de oudst bekende mijn, 13000 jaar oud waar naast koper en ijzer ook tal van harde rotstypen gedolven werden zoals cherts, jasper, agaath, quartz e.d. Dit resulteerde in putten, tunnels e.d. die Spanish Diggings werden genoemd maar door de Paleo jagers al veel langer geleden zijn gebruikt en in de hele streek voorkomen. Daarna werden ze ook door latere indianenstammen en bijv. bonthandelaars gebruikt.

Rond 1900 waren er veel saloons in Hartville, bijgevolg. Bonthandelaars, Cowboys, Indianen, Soldaten, Mijnwerkers…… Het wilde westen.

Wyoming heeft veel interessants, zoals Dino area Como Bluff. Het is dunbevolkt en uitgesproken wildlife-georienteerd met bijv. veel waterwild en de grootste Sandhill Crane populatie van de USA. Misschien moeten we hier eens terugkomen…

Het State-hoppen is vandaag begonnen: Colorado-Wyoming. Morgen Wyoming-Nebraska en dan Nebraska-Zuid-Dakota. Telkens flinke afstanden. Daarna zien we Wyoming weer terug.

De vlag van Wyoming toont het symbool van de staat: de Bison. Deze pronkt ook op een van de eerste heuvels bij binnenkomst, maar die telt niet mee.

Duidelijk is welk dier we kunnen verwachten, de Bison! Hopelijk in Custer State Parc, en mogelijk in Yellowstone. In deze hoek van Wyoming is alles afhankelijk van de Platte, die in de Rockies ontspringt en in de Missouri-Mississippi uitstroomt. Deze rivier met noord- en zuid tak is afgetakt en een paar keer afgedamd en gebruikt voor 111mijl irrigatiewerken verder naar het oosten. Daardoor konden zich veel kleinere Ranches vestigen. Momenteel zijn er ook veel Bison fokkerijen in zuid Wyoming.

Plantjes en beestjes: zie boven.

Wat valt op vandaag: We rijden langs een spoorlijn waarop diverse keren treinen met 125 (vol met kolen) tot 140 wagons (leeg?) getrokken worden door meerdere locs. Verder rijden we veel 2 baans highways zonder zij- of tussen-vangrails of wat dan ook met een vaartje van 120 aan beide zijden. Heel normaal hier, prima wegen meestal, geen verlichting.