180616 17 Maco Sika aka Badlands

We gingen wat later pitten dan gewoonlijk dus ook later op. Rond 10.30 begint de rit naar Rapid City oost en onderlangs een dikke 150km naar Interior. Dat ligt in het centrum van de noordelijke Great Plains (grasprairies), nog steeds in South Dakota.

Het laatste stuk rijden we door Bison Grasslands, wat verwachtingen creëert. En jawel, op flinke afstand loopt een kudde niet-koeien want ze hebben bruine kalveren. Een paar honderd Bisons, koeien met kalveren.

Toch weer leuk, hoewel het went en snel herkent. Ze lopen zuidelijk van de weg in een strook hoog gras tussen verre bergen en een steeds merkwaardiger randgebeuren.

Ineens zijn er aan beide kanten tot 10m hoge heuvels alsof er hele grote vrachtwagen grijze grond hebben gestort, maar dan gladder en toch korrelig. Ze hebben geen begroeiing en het is ook geen bentoniet. Apart.

Daarna staan er losse plakken grond van 3m hoog, rechthoekig en steil afgekant. Aan de zijkant duidelijk onbegroeide grond. Bovenop een humus- en graszodenplak. Geen dekstenen of zo iets. Heel apart.

De bergketens die eerst veraf leken komen dichterbij. Vooral links hebben ze vaak scherpe randen en scherpe toppen.

Het doet meteen denken aan de Fins van Arches e.d. Maar hier zie je ook soortgelijke kleinere structuren en alles blijft grijs met hier en daar witte vlekken op de grond.

De beekjes/riviertjes zien er daarentegen vuilwit uit, ondoorzichtig. Het doet aan witsel en zout denken.

Het hele gebied ligt in het Pine Ridge Sioux Oglala reservaat. De spitse bergen zijn de ‘wall’ die ruim 60mijl lang is en razendsnel erodeert. De restanten lijken op in elkaar zakkende zandkastelen, maar bestaan toch uit rots, relatief zacht (oorspronkelijk: zeebodemmodder) en erg poreus. Dat is ook de reden van de snelle slijtage door vooral water dat insijpelt, vorst die splijt, wind die verspreid en stortbuien die afvoeren.

Daardoor kwamen en komen ook veel fossielen van zeedieren tot reuzen Dino’s te voorschijn. Voorouders van konijn, varkenachtigen (Entelodonts), hippo (Brontoterus), etc. Een bekende opgraafplek is Big Pig Dig, humor!

We komen bij het gehucht Interior waar officieel de Maco Sika (Oglala benaming) oftewel het Dakota Badlands NP begint. We laten onze pas zien en krijgen de bekende folder en nieuwsbrief. De campground blijkt vol, dus gaan we eind van de middag aan de noordkant het park uit en doen we nu alleen het zuid noord stukje. Eerst naar het Vis.C. voor een filmpje en rondsnuffelen.

Dan rijden we naar de eerste stop, de Shell Nature Hike. Deze plek in circelvormig en opvallend groen, dus vinden we Milkweed

, Verbena (?), White Penstamon of Larkspur (?)

en Blue Gramma, Junegrass(grassoort met grote aren). Dus zakt hier het water niet meteen door en door, wat komt doordat een bergtop naar beneden viel en hier alles in elkaar stampte tot een vaste massa. Een shell dus. Verder is er niets aan. Weinig nature trail want geen info, geen aanwijzingen.

Verderop is een grote parkeerplaats waar 4 trails beginnen. Overal ‘zandkastelen’.

Wat opvalt is de meute aan lieden die menen dat wat het Vis.C. ‘fragile’ rock noemt te moeten beklimmen.

Verderop zelfs massaal. Het is buitengewoon irritant niet van het waterstralen van Mama Natura te kunnen genieten zonder die klimgeiten die ongetwijfeld grote slijtage teweeg brengen.

De laatste stop is een punt waar we van bovenaf 300° graden rondom de erosie zien,

plus de ijzeroxide strepen in de rotsen.

Bij de uitgang vraag ik naar het klimmen en de toegangscontrolemevrouw zegt dat het overal mag, ‘special experience’ wat ik ‘to ruin’ noem. Niks aan op deze manier en ongelooflijk vernielzuchtig bij dit spul, lijkt me.

De namiddag bestaat verder uit lanterfanteren en zien hoe de lucht in het zuidoosten donkerblauw wordt. Om 8u staat de zon ‘vuurrood’ aan de horizon

en begint ‘water in de sloot’….

Beestjes en plantjes: De Prairiedogs zijn ook in de Badlands thuis, in het Bisongrasdeel. Veel vogeltjes fladderen rond, waaronder de Epauletspreeuw (Redwinged Blackbird), een grauwe Leeuwerik met felgele borst met twee zwarte borstplaten en drie Killdeer (Grote Bontbekplevieren met Kivitsilhouet en diepbruine kop).

Wat opvalt: veel gezinnen lopen met 4 á 5 kinderen rond, die doorlopend op de foto moeten van de vaak veel te zware Pa en Ma.

180617. Badlands. Vannacht regende het. De nacht ervoor, bij Rushmore ook. Nu gaat het echter de hele dag door, soms meer soms minder. We rijden via het Vis.C., waar we tot onze stomme verbazing horen dat het betreden van de fragile rotsen is toegestaan omdat het toch zo snel verandert…..

Dus tuffen we maar boven op en langs de wall naar Wall, dan weer hoger dan weer lager, alles tussen 1700 en 1800m. De eerste indruk is net als bij de Grand Canyon. Je rijdt op een hoog plateau,

dan sta je plots aan de rand, de Rim.

Hier heet het de Edge want de dropoff is niet altijd steil omlaag. Vaak loopt het sliertvormig omlaag,

vaak is het net een eierdoos waar je op kijkt, vaak is het steil omlaag. Plus alle tussenvormen. Speciaal geldt hier dat de rand net zo snel erodeert als wat je aan rotsen voor je ziet. Onder je voeten zijn de rotsen, kliffen, schoorstenen etc. van ‘morgen’. Die rand trekt zich zo dus steeds verder terug en kalft het plateau voortdurend af. De rotsen waarop je nu kijkt zijn ‘morgen’ weggeërodeerd. Elke tussenvorm is wel ergens te zien.

Van oorsprong is dit gebied net als de Rockies en de Black Mts door aardscholwerking opgetild en geschud. De onderste laag is zwart, keiharde rots, daar liggen oude zeelagen van modder en zand, zwart van kleur en vol zeefossielen. De laag er boven bestaat uit ontbonden tropische plantenresten waarvan de chemicalieen de rotsen geel kleuren. Recentere plantenresten uit koudere perioden kleuren uiteindelijk rood. Ook de mengvorm komt voor.

Daarboven allerlei andere lagen met eigen kleur, structuur en inhoud omdat die lagen bijv droog en dor of juist tropisch waren. Elke laag heeft zijn eigen fossielen. Door de snelle erosie komt elke laag wel ergens aan de oppervlakte, met bijbehorende fossielen.

We rijden dus oost-west over de rand van plateau en diepte. Door de regen van vandaag maken we de boel drijfnat mee. Overal stroompjes, beekjes vuilwit water.

Overal modderig kruimelig uitziende rotsen.

Maar juist ook fellere kleuren dan wanneer de zon schijnt en alles flets maakt waardoor de gele en roodroze lagen en soms grijs en zwarte keien (lava, as) mooi tonen.

Halverwege is het tijd voor koffie en muffins, je krijgt maar één maal de AOW leeftijd, immers! Met geld toe maandelijks. Wat een feest!

Bij de exit bij het dorpje Wall zijn de mooiste kleuren, vooral donkergeel. Daar zien we ook twee Bisons dichtbij

en een handvol verder weg. Aan de overkant zijn een tiental Pronghorns, waarvan één dichtbij.

Een fraaie afsluiting.

We rijden naar de ‘meest bekende road-attraction van de USA’, Wall Drug (store). Bij de highway staat een (matig) model van een Brontosaurus. De Wall Drug is een drukke hal vol kleine winkels. Allemaal met houten wanden en plafonds etc. plus western aankleding. Het is niets anders dan een overvolle ‘made in China’ touristentroepuitmonstering, en we zijn er gauw klaar mee. We moeten ook nog een feestje vieren

… maar.. ook de haptent aan de overkant met buffet is matig. Maar ja, we zijn er geweest!

Dan beginnen we aan de lange rit naar het westen, via Rapid City naar Spearfish, op de grens S.Dakota-Wyoming. Morgen verder! Nu overnighten we er bij de Burger King, bekend om zijn prima wifi op de parking.

Beestjes en plantjes : de Hartleaf Arnica