180725 26 27 28 29 Fairbanks2Denali NP

Na een laatste Walmart-whap gaan we eerst op pad naar de Uhaul, waar meestal ook LPG kan worden getankt, zo ook nu. Na 4 gallon zit die tank weer vol en rijden we naar het historisch centrum waar het Ice Museum is.

Ik verwacht een museum over ijs te zien, maar het blijkt een ode aan de Fairbank World Ice Sculpture Games te zijn. Een boekje geeft tijdens het wachten op de tour wat meer inzicht, onder andere dat het idee van de Chinezen is overgenomen, het eerste ijs uit Seattle is geimporteerd en dat men het zelf ijsblokken oogsten uit het meer om de hoek zo succesvol beheerst dat het zelfs naar Israel wordt geëxporteerd. Alles is vrijwilligerswerk. Tegen 11am gaat de zaal open en we zien een film die zonder dat boekje totaal onoverzichtelijk zou zijn. Beelden zijn weer weg voor je ze herkent of goed kan bewonderen, faden te vroeg in of out en is meer een zelfbevrediging van de regisseur. Daarna floepen er lampen aan die een tiental ramen doen oplichten met ijssculpturen er achter. We mogen, met geleende jas, die ruimte in met een man of 20 om ons te vergapen, wat meer op gapen gaat lijken geleidelijk…. want die sculturen zijn op zijn minst niet de mooiste ooit, maar wel aardig.

Wat in NL in Zwolle en A’dam te zien was in 2016 en 2017 is klassen beter. Gelukkig zagen we in het boekje wat er allemaal de afgelopen jaren aan sculpturen is geijshouwbeeld, en dat is pure klasse.

Wij dus op weg. Dag Fairbanks, toppunt van de route! Zuidwaarts naar Denali, 120mijl over een prima vlakke weg met relatief weinig kedeng-kedeng en tamelijk rechtuit met wat op en wat neer. . Halverwege is een restaurantje waar we vol verwachting heilbot en garnalen bestellen… tot we merken dat het gebattered is, van diepvries in het bakdeeg in de olie. Blehhhh, die paneerlaag. Maar goed, besteld is besteld. Ook komt de drank met ijsblokken, ook onze fout. Dat we nu nog niet weten ‘NO ICE’ vooraf aan te geven!

We rijden veel langs brede bermen, zonder veel doorzicht door de bomenrijen er achter. De vallei is breed, vaak met verdronken valleitjes er in en we volgen een paar brede rivieren, eerst de Chena River dan de Nenana River en tenslotte de Susitna River, waar we heel af en toe iets van zien. Heel af en toe zien we ook een first nation dorpje.

Tamelijk vlot zijn we, een dag te vroeg in Denali. Het eerste dat je ziet aan beide wegzijden is een stamp gebouwen met allerlei commercie. We laten Eva even opzoeken of we hier of wat verder moeten zijn. Verderop dus, nemen we de afslag en rijden het park in om ons te melden. Wat vaak wel lukt, vandaag mooi niet. Er is geen plek. Wel kunnen we onze campsite voor de 4 nachten daarna meteen regelen plus de tourbuskaarten voor drie tourbusdagen. Ook kunnen we nu wel de 3=2 korting innen wat via de website indertijd niet kon, en krijgen we de vooruitbetaling voor de parkentree terug want we hebben immers een Nat.Park pas elk. Die loopt af over een paar dagen maar nu mooi nog niet. Scheelt $180, maar wel uit eigen doos.

We rijden een stukje terug noordelijk, waar we meerdere sta-plekken met rood getekste borden zagen, maar ook eentje vlak bij zonder. Nu staan we aan de Susitna River, met water dat net zo goed grijsgrauwe verf kan zijn. Goor modderkleurtje.

Plantjes en dieren: Onderweg is niets te zien. Wel zijn er om de haverklap opvallende zaken die m’n aandacht trekken maar telkens zijn dat brievenbussen of plukken donkergroene planten in de berm. Het lijkt het wel of langs de hele weg bewoning is, ruim uit elkaar. Als je nagaat dat bijna elk dier buiten het park afgeknald mag worden, wel met permits…….. Een Alaskaan betaalt per jaar-permit vissen, jagen en vallen zetten $94, en voor zalm en eend nog eens $10. Goh, samen €85…. Anderen betalen $400 resp. $100, samen €420. In Yellowstone hoorden we diverse keren dat ‘ze’ in Alaska ‘weer’ op Beer (350 Grizzlies in het park en nauwelijks Zwarte Beren) en Wolf gaan jagen dit jaar. De wolvenpopulatie loopt in het Denali park overigens achteruit (slechts 72 stuks in roedels van 4 á 5!). Ik las in de voorbereiding dat als ‘beheerderscompromis’ slechts 50% van de wolven die buiten het park geraken mogen worden afgeschoten. Lekker volkje die Amerikanen.

Wat opvalt: Mar ziet in een krant dat er in midden Alaska ten zuiden van Fairbanks een flinke brand woedt.

180726. Rond 11am rijden we naar het park, op 1585 ft hoogte. Er zijn drie entreegebieden. Meteen links is de dag-area met er achter de campground met daarachter de registratie er van met douches, toiletten, wifi. Gaan we niet heen want we zijn al geregistreerd. Op naar de camping dus waar we een plek dichtbij de bushalte en aan de buitenrand kiezen en die we claimen door onze reservering op de nummerpaal te klemmen. Een Eekhoorn begroet ons.

Meteen rijden we door om de 15mile (22km) te rijden naar de Savage River brug. Dit is het enige geplaveide wegdeel van de 93mijl (150km) van de enige weg, die ‘recht’ naar het westen voert tot aan een airstrip. Maar eerst komen we bij het tweede entreegebied, het Access Center oftewel busstation, met wifi, koffie e.d. en toiletten. Er zijn divers soorten bussen: commerciele-, background camper-, begeleide- en onbegeleide bussen. En de Sledge-Demo bus. Dat is de bus die we meteen nemen om rond 2pm het sledehondenverblijf te zien, op 2590m hoogte.

In de winter is er geen gemotoriseerd vervoer mogelijk. Dus voeren de rangers dan hun toezichts- e.a. taken uit mbv de slee. Een aantal niet aaibare honden zitten in kennels en de rest zit aan de ketting op een eigen stukje grond met blokhok met ligdak.

En daar liggen ze dan ook op te pitten. Zou het echt koud zijn, dan liggen ze met de kop onder de staart. Je mag er langs lopen, ze roepen en dan aanhalen etc. Ze zijn kleiner en ranker dan we verwachten, uiteraard zeer gespierd en maar deels met blauwe ogen. Het zijn Alaska Huskies, stamboomloos want er is geen stamboom van. Gewoon lieve beesten. Bij het begin van de demo krijgen we een typisch Amerikaans verhaal vol volkomen rubbish (‘deze honden zijn nationale helden want ze vervoeren spul naar een ingestorte brug.., etc..’). Uiteindelijk, en de dieren weten bij welk geleuter want dan worden ze enthousiast, worden de honden een voor een op hun plaats voor de wielslede aan hun trekketting gehaakt. En dan gaat de rem los voor een kort rondje. Iedereen klappen uiteraard want honden stellen dat erg op prijs, niet waar. Bij het afkoppelen en wegleiden komt er eindelijk iets aan individuele info per hond, dat is een boeiend momentje. Dan begint het eindgeklets en mogen we gaan. Intussen ben ik er in geslaagd wat ik wilde niet filmen en v.v….. Irritatie of pure onoplettendheid… Wij weer terug met de bus om met de Zwerfuil hetzelfde te rijden.

We gaan nu echt naar de Savage River op 2590ft (800m) hoogte, de weg gaat licht omhoog, een enkele keer met 10%, en is eerst (laagland) omzoomd met bomen met doorkijkjes op meer bomen, kruisende rivierbeddingen en heuvels met er tussen struiken waarvan de bessenstruiken vrucht dragen. Goed teken! De Elsen hebben nog dichte groene vruchten. Dan stijgen we naar en in subalpine gebied tot 3000ft (900m), en zakken tot 2600ft. Op dit stuk zijn veel minder loofbomen, de struiken zijn lager, het terrein is meer open en heeft meer water in beekjes en minimeertjes (ponds, natuurlijke vijvers). Enige malen zien we Magpies vliegen, Eksters. Er valt af en toe een Gopherlijkje op te ruimen.

De rivier is breed en de bedding staat deels droog, op een aantal kreken na die wat dieper liggen in de bedding. Om ons heen zijn inmiddels heuse bergen verschenen en meer wilgen. Overal zien we wel ergens een keer een Gopher (= Ground Squirrel) rennen of rechtop zitten. Opvallend is dat je hier al goed ziet dat de tamelijk brede valleien een halfronde vorm hebben, met vaak een riviertje in het midden, zoals een boot met lichte kiel. De bergen zelf zijn ook rondom overal afgerond en je ziet merendeels afgeronde toppen die groen begroeid zijn met laag spul. Typische gletsjergevormde valleien. Er kunnen Dall Sheep, die zeer zeldzaam zijn, rondlopen maar ondanks speurend zoeken merken we alleen Mew Gulls op. Deze meeuwen hebben een gele snavel zonder rode vlek, grijze vleugels en zwartwit gebandeerde staart en poten die diep grijsgroen zijn. Wat ze eten is een raadsel want de gletsjerwaterrivieren bevatten geen vis, oid. Wat verder weg zuidelijk zien we de contouren van nog hogere bergen, deels blijvend besneeuwd.

We doen hier onze avondhap, en beginnen dan aan de terugweg. Halverwege, in een praktisch droge rivierbedding staat een Moose koe (Eland), en wel met kalf!

Onze eerste gezamenlijke Elandkalf! Leuk! Ze tonen ons hoe schraalgans, want dik zijn ze niet, keukenmeesteres probeert te zijn.

Nb. Het Dall Sheep lijkt meer op een geit met rank formaat en sneeuwwitte vacht. De hoornen zijn gedraaid maar smal bij de rammen en licht gespietst bij de ooien. Hun vacht blijft spierwit, ook in en na de zomerrui, en ze komen voor op de onmogelijkste plaatsen op de berg. Rond 1910 merkte ene Sheldon, conservator van T. Jefferson, dat dit gebied werd leeggeroofd door commerciele jagers tbv gouddelvers en spoorlijnbouwers. Pres. Wilson maakte in 1917 de droom van Sheldon ea waar en bekrachtigde de wet die hij in 1916 een NP maakte. In 1980 maakte J.Carter in zijn laatste weken als president het in totaal 100 milj acres groot. Sheldon noemde het park Denali, Athabaskas voor ‘hoge top’ wat doelt op Mt. Mckinsley die met zijn 20310ft (6190m) de hoogste top van Noord Amerika is, en sindsdien Mt. Denali wordt genoemd. Rond deze top zijn er nog vele anderen plus 8 reuze gletsjers plus een 10tal kleinere. Dit alles zuidelijk van de Park Road waarvandaan Denali vanaf een paar plaatsen goed gezien kan worden. Vanaf Reflection Lake zelfs met weerspiegeling.

We rijden verder terug, en liggen bijtijds in de kooi. Morgen vroeg op.

180727. Om 6am zijn we op en ruim een half uur laten rijden we naar het busstation, parkeren en stellen ons tactisch op. Ik sluit me aan bij de rij waarvan de bus komt, voor de onze. Als vanzelf sta ik daarna vooraan. Pech, dat ik de verkeerde rij heb, maar het lukt ook in de goede om vooraan te komen. We hebben de voorste bank, rechts. Onze bus rijdt naar Kantishna, 93mijl enkele reis. De chauffeur, Manuel, doet soms Amerikaans lollig, en heeft veel plezier in het genoegen van zijn passagiers.

Bij de bedding waar we gisteren Magere Moe met kalf zagen, zien we weer een Moose koe maar nu zonder kalf, of verdekt. Wat verder loopt een stel kippen langs de wegrand… alleen blijken het Ptarmigan (Sneeuw Hoen) te zijn!

Nieuwe soort en zelden gezien. Hier staat een Pa in prachtkleed met zijn Ma een vijftal kuikens te leiden en te beschermen; in de winter zijn ze hagelwit. Ze scharrelen letterlijk hun kostje bij elkaar aan de rand van de weg en laten zich goed zien. Juweeltje!

We steken na 23mijl op 2461ft de brede bedding van de Sanctuary River over, waar vlak voor een moerrassig gebiedje ligt met Veenpluis of Wollegras (Cotton Grass). Het is overgangsgebied van laag- naar subalpine, met wat hogere begroeiing met weinig doorkijk. We komen daarna weer hoger en overzien de brede hellingen van de vallei beter. Een gele stip op een helling blijkt een blonde Grizzly te zijn, wel ver weg maar toch!

Zo komen we na 31mijl in een naaldbomenomgeving, bij de subalpine Teklanika-stop op 2655ft. Een hagelwitte stip hoog op de berg, waar niets groeit zo te zien, beweegt en blijkt een Dall Sheep te zijn. Het is dat het bewoog en hagelwit is. Pech dat ik mijn kijker ben vergeten, maar we mogen even gluren door een leenkijker. We hopen hem nog eens goed te zien, maar toch: Nieuwe Soort, Yeahhhhhhh!

We gaan verder omhoog tot op alpine nivo, op 3900ft, naar de Sable Pass. In een bocht, terugkijkend, ligt een Cariboe, een joekel. Helaas zien we hem vnl van achteren, liggend. De weg is hier uit de rotswand gehakt/geblazen, is erg bochtig en totaal onoverzienbaar en smal. Links de loodrechte afgrond en rechts een bijna loodrechte wand vol met klein omlaaggekomen gelig/grijs gesteente. Er staan geologische apparaten om de werkende wand in de gaten te houden. Regelmatig wordt er geschoond.

Onderaan de afdaling is weer een brede groene vallei, met veel laag struikgewas, w.o. bosbes. Een blonde Grizzline met twee jongen doen er zich tegoed aan, op enige afstand maar goed te zien en doorlopend met de koppen omlaag bessenstruiken afrukkend.

Dan gaan we weer omhoog naar de Polychroom Overlook op 3700ft, na 46mijl. Een wat iele jonge Cariboe loopt voor ons op de weg

en kort er na duikt hij de berm in. De overlook zelf is een kale ruimte op de enge bergweg met uitzicht op de nog echtere bergen iets zuidelijk, met een flink aantal gletsjer maar vooral met kleurrijke kale rotswanden. Als de zon er op staat ziet het er prachtig uit. Een aantal fraaie wanden hebben we langs deze weg ook wel gehad, maar hier is meer sprake van een pallet aan kleur in een groene toendra-omgeving.

Bij de Toklat River rustplaats is een tent met informatie, geweien en zelfs dino voetafdrukken.

Denali schijnt er behoorlijk vol mee te liggen.

We gaan weer hoog een paar passen over, de Highway pass op 3980ft na 58mijl en de Thorofare pass op 3950ft na 64.5mijl, naar de stopplaats Eielson op 3733ft na 66mijl. Bij het Vis.C. vraag ik hoe het met de jacht buiten het park is gesteld, bijv. bij Healy waar een heel gebied diep in Denali niet tot het park behoort. Het blijkt dat hier de trekroute van de Cariboes doorheen loopt en van de wolven die meelopen. Alles buiten het park mag afgeschoten worden en juist in Healy gebeurt dat mn door twee fervente jagers….

Tot nu en daarna dalend is niets te zien en te overzien vanwege de toenemende begroeiing, tot en met Kantishna op 2000ft waar tegelijk ook niets te doen is behalve een verboden vliegstrip. Daar barst het van de muggen en Mar probeert Duizendblad als antimiddel omdat ze de spray is vergeten. Toch zien we er een handvol mooie diep bruine Bremrapen (Brim-rape…..!…).

Terugrijdend slaan we af naar Wonderlake, op 2090ft. Bij de toegangsweg naar Wonderlake staat een bruine Porcupine met wat gelige staart midden op de weg, en verdwijnt schielijk. We herkennen hem onmiddellijk, en mogen het dier nu eindelijk goed genoeg bekijken, kort. Het meer zelf is een meer, niets meer. Muggen.

Dus, weer verder. Bij de stopplaats Toklat op 3035ft staat een flink eind verder aan de overkant van de rivierbedding een Cariboe aan de oever te eten. Een knappe flinkerd, blijkt met de kijker. Tussen de Teklanika en Sanctuary staat een Eland man in een moeraspoel groentesoep te eten. Op de diverse ridges van de bergen staat tot twee maal toe een Cariboesilhouet scherp tegen de hemel af te steken.

Mooi allemaal!!!

Moeder Grizzly is op dezelfde plaats te vinden als heen, nu liggen ze op een kluitje te ronken, of zo. De Eksters doen nog steeds hun ophaalronde.

Rond Sable Pass kleuren de rotsen prachtig in de avondzon.

180728. Vandaag doen we de tour naar Toklat v.v., met Patty als chauffeuse die net doet of ze geen wildspotter is maar alleen chauffeur….. maar ondertussen… Kort samengevat zien we dezelfde uit-, door- en vergezichten en groenstroken als gisteren. Ruim 35km zien we verder niets voordat de eerste Cariboe wordt gezien van het totale zestal van vandaag. Raar idee dat ‘Cariboe’ nu een normale en direct herkende verschijning is voor ons. Gisteren stond hij nog hoog op de wishlist. Ok, iets uitgebreider:

Op de heenweg vermaakt rond Polychrome Overlook een (net als gisteren) op de weg lopende Cariboe mannetje ons door te bokken naar een aankomende bus, maar dan toch snel de wijk te nemen, zijdelings. Er boven zweeft een door een Raaf aangevallen Golden Eagle (Steen Arend). Bij Toklat aankomend blijkt een grote kerel Cariboe op de grindbedding te lopen, daarna met een soepele sprong de hoge wegkant op- en iets verder afspringend. Daarna zien we diep onder ons door de bedding onder de Sable pass een Cariboe man lopen. Op dezelfde plek als heen loopt een iele Cariboe man op de weg, en duikt de berm in.

Op de terugreis stoppen we even om bij een toendra poeltje een groep Cotton grass (Wollegras/ Veenpluis?) te fotograferen.

Bijna ‘thuis’ wordt een Eland koe in de struiken gezien en er wordt ‘stier’ geroepen waar wij een koe zagen en dat op precies de plaats van Moe en kalf eergisteren en gisteren ong. bij mijlpaal 8 oid. Moessie Moose?

We nemen na koffie/hot choc bij het busstation de tweede Riley Creek bus en zijn 10 minuten later thuis. Eten, afwassen. En dan……..We krijgen huisbezoek. Een paar meter van onze camper komt een Moose koe met kalf langs.

We horen er iemand over praten, en zijn er dan als de kippen bij. Ook horen we dat dit dier in deze hoek vaker is gezien. Wat groot is dat dier, vlak bij. De schoft veel hoger dan bij een groot paard. En dan nog die lange nek en grote kop. Het kalf is ook al fors, maar blijft bij ma, die hoog bladeren van de bomen eet en terloops een jonge boom buigt en afbreekt zodat het loof op de grond verobert kan worden door beiden. Onverstoorbaar, zelfs als twee kinderen met fietsjes langsdenderen of wanneer auto’s passeren en blijven staan. Zelf mag ik ook best dichtbij, maar goed in dekking, komen. Dit is net zo mooi als de jonge Eland stier in Rocky Mt NP. Enorm.

We hebben energiecrisis…. De huishoudaccu laadt nauwelijks op omdat we schaduwrijk staan en het erg bewolkt is geweest. Om de accu te sparen is de oplader afgekoppeld. We moeten het nog even met de opgeladen usb-accu’s doen, één is al weer leeg, en die Koe met kalf moest gefilmd worden, uitgebreid!

180729. We besluiten vroeg naar het busstation te gaan, uit de bomen en in de vroege zon zodat de hh-accu de hele dag electra van de zon heeft op de solar. Daar kruipen we er nog even in, om rond 10.30am alles klaar te hebben voor de buslijntruuk, die niet opgaat omdat er maar één bus gaat en dat is de onze. Er staat al één gegadigde zodat we nu 2e keus hebben. Dat pakt prima uit want hij wil links en wij rechts dus zitten voor de 3e keer mooi rechts vooraan.

De reis gaat vandaag naar Eielson, op 3733ft na 66mijl, over de bovengeschetste route. De chauffeuse is Tina, die doorlopend een goed, telkens passend, zinnig en deskundig betrokken verhaal heeft over van alles. Gisteren was Cariboe-dag. Vandaag afscheidsdag, zodat we onze wishlist nog eens stiekum langslopen…. Los van de Ground Squirrels zien we de eerste tijd en 31mijl weer niets. Het is een prachtige dag, en we zijn tamelijk laat. Mogelijk ligt alles te siestaën. We krijgen een paar mooie beelden van de Denali te zien, die bijna vrij van wolken en mist is, wat ‘He is out’ heet.

Bij die 31e mijl ligt de Teklanika River, waar gisteren net niet door ons twee Grizzlies zijn gezien. Een paar honderd meter daarvoor worden we ingeseind dat er een Grizzly gezien is. Er staat ook een Wildlife-mijnheer-auto. Goed kijkend komt iets hoger op de helling een blonde bol te voorschijn. Grizzly! Om hem goed te zien is wel de kijker nodig, maar die is daar ook voor. Tina is wel punctueel en heeft een schedule, en begint te rijden. Dan komt een tweede bol te voorschijn. Twee al flinke zelfstandige jonge beren, derde jaars wrschl, Grizzlies!! Prachtig.

We gaan stijgen naar de Sable Pass, als er ‘Dall Sheep’ wordt geroepen. Rechts, heel hoog, heel klein zijn twee witte punten net te zien. Knap van die jongelui met nog zeer goede ogen die het opmerkten. Met de kijker zijn ze net goed te zien. Hiermee is ook de vagere waarneming van gisteren iets verbeterd.

Rond de Sable Pass is de Denali weer een paar keer goed te zien, net als zijn buren. Toch wel indrukwekkend te bedenken dat daar bijv. een gletsjer met een lengte van 35mijl (55km) bij ligt!

Direct daarna dalen we af waarbij we de indrukwekkende rotsflankweg weer over gaan. Daar is een rots die een nestelplaats van Giervalken is. Ze zijn niet (meer) thuis maar iets verder zie ik diep beneden en een aardig eindje weg een witte valk van ons afvliegen, vleugels vlak dus geen Northern Harrier. Giervalk!?! Er zijn maar drie broedplaatsen van deze soort bekend, dit is er één. Nieuwe soort, en wat voor één!

De valleien waar we nu in komen zijn afgesloten voor hikers. Je mag hier alleen op de weg, omdat het voor beren en wolven broedgebied, opgroei- en belangrijk jachtgebied is. En jawel, wat verder zien we, weer wat hoger en verder, een blonde bol met bollen. De verrekijker vertelt dat het een Grizzlyin met twee aardig jonge cubs zijn, die zelfs ter plekke door moeder gezoogd worden, ‘Spring cubs’. Schitterend!

Bijna een uur later zien we onze eerste Cariboe, vrouwtje met niet te groot gewei en aardig op weg naar de zomervacht. Er boven zweeft een Golden Eagle juveniel, met flink wat wit op de staart. Daarna ziet Mar, in stijl, Bearflowers en fotografeert die uit het raam, want uitstappen mag alleen als je gaat hiken. Wat verder zien we links in de toendravlakte een Cariboe bok rennen, zonder bejaagd maar wrschl wel belaagd te worden door muggen en steekvliegen. Ook in een rivierbedding staan 3 Cariboe geiten vliegvluchtig te zijn. Vervolgens is het weer tijd om naar de Denali, met noord- en zuidtop die zo goed als ‘out’ zijn, te kijken. Polychroom Overlook is nog steeds een mooi kijkpunt, verder weinig te zien, ook nu. Bij Toklat ook weinig nieuws, net als bij de Highway Pass en bij Eielson.

Op de terugweg is Toklat iets boeiender; geen Grizzly zoals anderen die daar gisteren zagen, maar wel 3 ienimini witte bewegende puntjes: Dall Sheep, 3 stuks. Op de toendra spot ik drie ieniemini bollen, in de kijker blijkt het een blonde Grizzlyin te zijn met 2 grotere cubs, 2e jaars. Alle beren hier zijn blond, wrschl genetisch.

Het absolute hoogtepunt bereiken we in het wolven-/beren broedgebied. Een fietsersechtpaar zit naast de fietsen op de grond te stralen, en de passerende bussen uit te leggen waar te kijken. Dat valt helemaal niet mee, maar ik krijg het in de kijker na een aantal mispogingen: Een witte Wolvin met minstens één jong, die in een toendravlakte onder een eenzame wilg boven een steilte ligt. Rusten of zogen? Niet te zeggen op die afstand, zelfs met kijker. Wel een Unicum!

Een uur later staat onderaan de helling in een poeltje een Cariboe bok mooi te zijn.

Wat later draaft ons op de weg een Cariboe vrouw tegemoet, die op tijd afslaat naar de bush. Nog een half uur verder bereiken we weer een toppunt. Helemaal op de top van een berg steekt een groep Dall Sheep scherp wit tegen de blauwe lucht af. Iets rechts staat er nog een. Samen een stuk of 7 á 8.

Als we weer bij de wagen zijn, blijkt de hhaccu niet verder bij- of minder geladen te zijn, vreemd. We besluiten de oplader op de wagen 12v van de wagenaccu te zetten en gaan toch nog rijden naar de Savage River, waar soms Wolf wordt gezien. Aangekomen blijkt de hhaccu bijgeladen te zijn, die/dat lijkt dus goed (genoeg) te werken. Mar gaat de keuken in, en ik ga naar de hhaccu zekeringen kijken in de buitenopslagkast, waar de binnenlamp nog aan blijkt te staan. Dat is dus al een aantal dagen het geval, en verklaart een hoop. Uitzetten, en morgen afwachten dus.

Na het Italiaanse pasta diner wordt het tegen 11pm (23u!) toch wat donkerder te worden en we rijden rustig terug. Heel snel stuiten we op een Cariboe die even meeloopt en dus van ons af op de weg loopt. Jammer dat de camera op nachtfilmstand gaat bij dit lichtnivo…. Hij heeft een enorm gewei en Mar verdenkt hem er van een Eland te immiteren. We volgen hem even tot hij in de bush verdwijnt; knap dat ie zich niet vastloopt.

Op dat zelfde moment verschijnt links voor een donker waggelgeval op de weg. Een Porcupine (Stekelvarken) die ook even meeloopt en zich goed laat zien. Weer een eindje verder verschijnt rechts voor een waggel op de weg, op ons afkomend. Ook hij laat zich even goed zien en gaat dan in de bush en klimt in een lage vertakte wilg oid. Leuk is ook te zien dat hij er achteruit uit klimt zonder zich met zijn pennen vast te zetten, knap.

Wat een fantastisch afscheid van de Denali familie. En wat een enorme concentratie diversiteit dat zich in 3 dagen goed door ons liet bewonderen. Hiermee sluiten we drie uiterst gedenkwaardige dagen in Denali NP af. Door zesmaal ongeveer hetzelfde stuk te rijden, leren we het gebied in onderdelen herkennen en ietwat kennen. We hebben de dieren in hun omgeving gezien, en dat meer dan bewonderd. Genoten!!!

Tegen 11.30pm komen we bij onze campplek. Hoewel… die is nu bezet, en het kampvuur brandt hoog. Terwijl onze reservering er nog hangt. Mar gaat, tikje gebelgd, verhaal halen en de twee intruderdames doen vreselijk zielig….. laat aangekomen…weten niet hoe het werkt in alaska…… Ze gaan gauw al hun rommel verhuizen naar de, ook illegale, plek er naast. Dat vinden we ook onzin, dus we gaan daar zelf staan.

Beestjes en plantjes: Wintertoestanden: Voor de Beren in dit arctisch klimaat geldt dat ze niet 100% hiberneren maar net wel en net niet. De toendra permafrost is niet echt permanent maar ook daarvoor geldt net wel en net niet. Moeilijk voor te stellen. De Ground squirrels zijn uniek vanwege hun bestand zijn tegen diepvries toestanden. Ze kunnen tot -3 afkoelen, zijn dan feitelijk bewusteloos en bijna dood. Om de zoveel tijd bibberen ze flink, net als bij onderkoeling, zodat hun lichaam op gang komt even. Ze eten snel iets uit hun voorraad en slapen in en gaan in vriestoestand. Ongelooflijk. Wolven volgen de Cariboes en slagen er in hun bestand te handhaven. De Elanden vinden altijd wel een wilg die ze kunnen omtrekken en afbreken en waarvan iets eetbaar is. Ook de Snowshoe Hares eten wilgenbast. De Wilg reageert daarop door een toxisch goedje in de bast te laten circuleren. Op sommige plaatsen wint de wilg, elders de haas. Tenminste bij te veel hazen zijn ze uiteindelijk zelf het haasje. De reden dat we een wolvin met jong(en) zagen, en dat die kleinen niet in een klasje achter zijn gelaten, is dat deze groep uit één gezin bestaat en dus geen klasje heeft. Mee dus.

180730. Er wordt op onze deur geklopt als we net weg willen rijden. De camphost vraagt of we onze reservering mee willen. Nee dus, maar we leggen wel uit waarom we met een B-reservering op een A-plaats staan. Mooi, dat mogen zij verder oplossen en ze gaan er meteen op af….. zal wel met een sisser aflopen.

De wifi hier heeft een matig internetcontact. Upload naar dropbox van foto’s gaat meestal vlot, soms niet en soms nauwelijks. Laat staan de vele filmpjes. Oftewel: hou komende dagen de Dropbox in de gaten. Er komen vast nog foto’s en filmpjes bij, mogelijk ook nog van eerder. Ook de tekst is maar eenmaal nagelezen, en kan dus onvolkomen zijn. Maakt geen d.. uit. Het is geweldig!

We sluiten af bij het 3e entreegebied, het Vis.C. waar ook een station is van Alaska Railway die een stukje door het NP gaat. Na de was, water ea zaken lunchen we bij de Morino Grill. Eigenlijk een fry-it-all tent, en uiteraard niet goedkoop. De wifi-inet is echter prima. Alle foto’s en flink wat filmpjes zijn doorgekomen in dropbox. Mooi.

Peperduur zoals we nog niet eerder meemaakten is de ‘Overlook’ bij het ‘ Crow’s Nest’, Mar nam er twee Seafood Fondue, zo lekker was die…

180724 Fairbanks

Het was erg warm gisteren en gisterenavond. Niet zo heet als in Louisiana, maar toch warm. En rond 4.30am was het nog steeds licht. Het is koud vanochtend, niet zo koud als in Grand Canyon, maar toch koud. Dat duurt hier maar even en nu is het weer warm.

Ons eerste bezoek, dit keer geleid door de kaartleester, is naar Creamers Migratory Refuge. Over een maand zitten hier veel Kolganzen, en families Sandhill Kranen, en Trompetter Zwanen. Nu een stuk of 30 jonge Sand Hills.

En op aangeven van de Vis.C. beheerder die buiten de Grauwe Klauwier hoorde, ook deze.

De volgende stop is het Universiteitsterrein waar men ‘Big Animals’ beheert voor wetenschappelijk onderzoek. Er zijn Muskox en Reindeer, oftewel Muskus Os en Rendieren. Als iemand genoeg fondsen heeft kan die een project loslaten op deze dieren. Nu loopt er een Cortisol Baseline onderzoek bij de Ossen. We willen ze beide in hun omgeving gezien hebben, en dit is ‘worse best’. Eigenlijk horen ze beiden niet hier. De Ossen horen veel noordelijker, en de Rendieren zijn import ooit uit Europa. Cariboes zijn er niet, dat is balen. En wat we zien zit achter hekken en zijn merendeels koeien met kalveren, met halster om.

De 3 Os mannen hebben afgezaagde hoorntips.

Toch leuk, er zijn bij ze.

We doen een poging om bij het Museum of the North te komen maar de weg is ‘closed’, en Mar is daarna de musea zat en wil koffie. Dat wordt ijs in het Pioniers Park waar de toegang vrij is, het thema ‘Pioniers’ is, en veel dicht is behalve o.a. de ijstent. Er staat een treinwagon waarmee de eerste president van de VS die Alaska bezocht de spoorlijn van 500 mile opende, die net gereed was gekomen. Ook een Sternwheeler die hier over de Chena River voer, die dwars door Fairbanks loopt, is er afgelegd. Plus de nodige huisjes uit begin 1900 die de Pioniers gedenken van weleer. Alles oogt wat verlaten.

Dan is het toch koffietijd, in de Subway in de Walmart.

Achtergrond. Het zal niet verbazen dat rond de Chena River de Chena (Che’no) Athabascan hun seizoentochten en ceremoniën hielden, en deels (onder)houden.

Beestjes en Plantjes: Cariboes kennen hier twee ondersoorten. Een bos- en een vlakte type. Rendieren en Cariboes zijn dezelfde soort! Rendieren hebben een Europese- en Cariboes een Noord Amerikaanse ontwikkeling doorgemaakt, dus met kleine verschillen als grootte en gewicht. Santa Claus met Reindeer is dus grote onzin… Net zoals St.Klaas met Cariboe. Er zijn ruim 4.5 milj. soortgenoten Cariboe.

Er zijn rond de 140.000 Muskox.

De Muskus Os stier is kleiner dan we dachten, wel bonkig en vooral de kop is knap zwaar. De koe en kalveren zijn vanzelf kleiner. De klaveren zijn net miniponies.

Wat opvalt: Ongetwijfeld heb ik het al eens opgemerkt, dat er ruim voor de stoplichten borden staan ‘Prepare to Stop’. Plezierig voor een rustig verkeersbeeld. Net zoals je er nooit achterkomt of rechts hier voorrang heeft. Elk kruispunt is van Stop-borden voorzien, vaak ‘stopallway’ waarna je op volgorde van stoppen mag doorgaan.

Inmiddels hebben we het noordelijkste, nog niet het westelijkste, punt van de reis bereikt.

Nova Scotia met Halifax, oost van PE (Prince Edward Island), ligt wel erg ver, en we hebben heel wat VS staten (20) en Canada Staten (6) doorkruist. Er komen nog wat Can. staten bij…

Feitelijk gaan we nu beginnen aan de terugweg, maar met een omweg via Denali, Anchorage, Homer, Sewart en Valdez. Dan via Tok Canada weer in.

180722 23 Alaska Tok North Pole Fairbanks

180722. Nog voor de grens tanken we, en zien onze Stewart buurman, Dough uit Palm Spings, daar ook tanken. Uiteraard wordt er bijgebabbeld, mn over de Grizzly die we uitgebreid in Hyder zagen nadat hij daar de plek verliet met zijn bij ‘de Bus’ opgepikte gasten.

Direct na Beaver Creek rij je de Canadese grenspost voorbij, zonder te hoeven stoppen. 30km(!!) verder is de USA grenscontrole. De weg er tussen is klaarblijkelijk nog Canadees, en blijft matig met redelijke stukken. Ook het uitzicht bestaat uit soms een meertje maar meestal valleien waar vooral jonge White Spur lijkt te staan met soms flinke open ruimtes.

Het zijn bomen dieaanmerkelijk oud kunnen zijn, maar doordat ze met de voeten in permafrost staan en een weinig voedingsrijke grond hebben groeien ze minimaal. Sommige bomen buigen om of scheef als hun vaste grond zacht wordt.

Onderweg hebben we nog wat schermutselingen met wie de muggenslag van gisterenavond overleefden. Vervolgens komen we bij de grens. Alaska is onze 20ste USA staat. Vanaf Cody reden we dit traject in een maand:

Bij de grenscontrole willen ze van alles weten wat ze m.i. al in de computer hebben staan. Maar goed we mogen weer door. De weg er na is een kleine ramp na een aanvankelijk aardig stukje. Niets wordt aangegeven van de potholes, -buckets en soms -bathtubes lijkt het wel. Ook liggen er ‘korsten’, grindbanken die opmerkelijk vlak zijn maar ondoordringbare stuifmist veroorzaken. Het is 120mijl naar Tok, maar pas ruim 50 mijl er voor wordt de weg beter tot goed met wat overdwarse richels. Toch went het snel, en je past je aan. Hoewel, als je het pas op het laatst kunt zien, net ingehaald wordt en niet kan uitwijken, dan knal je er recht in …. arme schokbrekers, alweer.. Opmerkelijk is toch dat tussenliggende stukken prima vlak zijn, zodat je lekker denkt door te kunnen rijden en vaak is dat ook even zo. We stoppen op een overlook waar niets te zien is maar wel iets van een verklaring te vinden is:

Het gebied is oost-west doorsneden door een slenk, de Denali Fault. Deze zorgde in 2002 voor een 7.9beving. Het vliegveldje waar we net langsreden, op 350km van het epicentrum, werd volledig ‘liquified’. De hwy waarop we rijden werd veranderd in gatenkaas met 4m diepe en brede sleuven en brokken. Mogelijk werkt dat nog na, en wacht verdere reparatie op stabilisering van de ondergrond? Of kan ze het geen barst (!) schelen?

Onze Stewart buurman die we bij Sheep Mt en bij het tanken al zagen, komt achter ons staan. We babbelen wat en tuffen voort.

Bij Tok gaan we de Tok campground op, om campingdingen te doen en te lanterfanten. We staan bij een stelletje jonge Aspen, Trembling Aspen, waar de bladeren bij het minste of geringste zuchtje wind hun verhaal vertellen. Het is heerlijk warm, soms een licht briesje, wel een paar (steek?)vliegen maar (nog) geen muggen. Alle luiken en horren gaan even open, schoon water laden, matten worden geklopt, klittenband bij het electrabuitenluikje vervangen en de rechtervoorspatlap gecontroleerd. Even rust voor we in 2 dagen 330km naar Fairbanks en dan in 2 dagen 340km naar Denali gaan; ons laatste NP in de VS, en waar we 4 nachten blijven. Jammer van de max 200MB per apparaat die het wifien hier beperkt, en ik heb nog zo veel te doen (backuppen) en de dropbox te uploaden.

Plantjes en beestjes: 180722: De Aspen die we afgelopen week/weken zagen hebben zo ongeveer op elk blad mineerdersgangen. Hier niet, lijkt het. Apart. Onderweg scoren we twee grote witte watervogels, Trompetzwanen wrsch.. We konden niet stoppen.

Wat opvalt: 180722: In Alaska is het weer een uur vroeger; onze gevoels- (en wagenklokken-) tijd staat nog op Montana/Alabama-tijd en scheelt nu 2uur. Ben benieuwd wanneer we alles omzetten. In Denali hebben we harde afspraken qua tijd…. Uiteraard gaat alles weer in Miles… even wennen. De camping is prijzig, 40$, met halve hookup, en beperkte wifi. De wifi zal wel via de satelliet lopen, duur…. begrijpelijk dat ze die afknijpen, dat maakten we al eerder mee bij div. restaurants onderweg. Tegen de avond is het knap druk op de camping; waar komen die lui vandaan; zo veel verkeer hadden we onderweg niet. Maar ja, het is hier het kruispunt van verkeer uit alle richtingen van/naar Fairbanks, Tok, Dawson, Valdez en Denali.

180723. De camping loopt al leeg als we zo ver zijn om te gaan rijden. Een RV rijdt met open luifel en de bomen gaan niet opzij. De weg begint uitstekend maar buiten het dorp wordt het een slag minder. Bijna verliezen een wettiesdoosje dat ik bij de ruitenwissers had laten staan, maar die pikten we weer op. Na 50 mijl van de 210 wordt de weg ideaal, geruisloos, vlak en de Zwerfuil mag 120km/u. Helaas, gaat dat voorbij maar de kedeng-kedeng-weg blijft meestal (!) vlak en we rijden lekker door. Het uitzicht op diverse rivieren en grindbeddingen die we oversteken over smalle metalen bruggen is boeiend maar kort. Bomenrijen en bossen blijven verder tussen de rivieren en ons. Geen wildlife en weinig maar kleine roadkill.

Steeds meer verkeer rijden we achterop, en we gaan zelfs regelmatig passeren om de vaart er in te houden. In een van de ‘karavaans’ zit Dough vooraan en we toeteren en zwaaien. De tank raakt halfleeg, maar ik wil pas in Fairbanks tanken in de hoop op goedkopere diesel, op nog 50 mijl. We stoppen voor koffie/choc melk en koek/worstenbroodje bij Salcha. Opnieuw is de weg vaak goed om door te rijden. Bij Delta jct is een Troopers-base en doorlopend komt het gele en groene konvooispul ons tegemoet, dommigen met forse houwitsers (denk ik). Hier is ook een doorsteek naar Denali, maar wij gaan noordelijker. Een stuk verder ligt de Airbase en de weg wordt tweebaans per richting en uitstekend.

We schieten op en doen de reis naar Fairbanks toch in één dag. In North Pole zien we het huis van Santa Claus en daar moeten we even heen, uiteraard.

Een groot beeld van Klaus staat met lege slee voor het pand,

net als een vliegende gevulde slee met Rendieren er voor. Hier komt dus alle post aan voor ‘Kerstman, Noordpool’. Het pand zelf gaan we binnen, beetje helaas want niet alleen is Klaus niet thuis maar het is ook een beetje een deceptie. Dure verkooptroep. Mar vindt wel een Nativity naar haar zin in Alaskastijl, dat wel. En wat blommen buiten.

Daarna gaat het vlot naar Fairbanks. Eerst naar de Walmart waar we 3pm Alaska tijd aankomen, en dus gaanwe toch ook nog naar het Thompsen Vis.C. en Cult. museum tot 8pm. Uitstekende wifi daar, en een stuk minder warm dan buiten!

In het Cult.M. zijn we mooi op tijd voor de voorstellingen van een tiental jongeren, elk van een andere First Nation uit Alaska.

Qua taal- en dus cultuurgebieden ziet het er zo uit:

Het Athabascan kent dus 11 dialecten, en ook nog wat subdialecten. Ze stellen zich voor, vertellen over waar ze vandaan komen, en zingen en dansen en verklaren een aantal ceremoniele dansen. Heel boeiend en totaal nieuw is dat ze heel intens de muziek, viool en guitaar, en dans (keltisch voetenwerk) en zang (Iers, Keltisch) van de settlers vanaf het begin al meteen konden waarderen, overnamen en er een eigen draai aan gaven en geven. Vragen werden beantwoord en meedansen met de Bezemdans ‘verplicht’. Zie de filmpjes!

Achtergrond: Alaska werd pas in 1959 een VS-Staat. In 1750 is Alaska nog Russisch die de lokale volken als slaven gebruikten. Het wordt door Amerika gekocht voor een penny (halve cent) per ha. De Russen hadden al sporen van olie gevonden. Rond 1923 worden een paar hele grote velden ontdekt en komt de winning op gang. Voor zowel de staat als de burgers wordt vanaf het begin uit de opbrengsten een fonds gevuld. Vanaf 1979 krijgt elke Alaskaan per jaar ong. $1000 en ze betalen geen belastingen. De productie daalt overigens al jaren en de overheid put steeds vaker uit haar fonds om andere putten te vullen…

Er zijn al inwoners in Alaska sinds onheuglijke tijden, die over de Beringzeegletsjers en ijsmassa’s kwamen. Ze vestigden zich op de beste plekken, aan rivieren en liefst op waterkruispunten, hoewel of juist omdat ze nomadische jachtprooivolgers waren en zijn gebleven. De Tlingkit zijn daarop een bijzondere uitzondering vanwege het enorme brede voedselaanbod in Yukon zuid. Veel dorpen zijn niet over de weg te bereiken.

In grote lijnen is het nomadische leven gelijk aan elders in Yukon, en de uitstallingen in het museum getuigen daarvan.

Nb. Zie links de enorme walvistanden!

Wat opvalt: In Fairbanks worden de World Eskimo Indian Olympic games gehouden. Ook is Fairbanks de startplaats van de 1000 mijl lange Yukon Sledge Race die bij Whitehorse het eindpunt heeft; begin febr. voor de 36e keer in 2019. En er is de Iron Dograce vanuit Anchorage naar het westen en dan terug naar Fairbanks.

180720 21 Whitehorse2Haines Jct en Beaver Creek

180720. We nemen de tijd vanochtend, want we blijven nog even in Whitehorse en gaan naar de SS Klondike.

Sternwheelers bevoeren de hele lower Yukon (Chu Ninkwan), vanaf de Bering Zee bij St. Michael, via Fairbanks naar Dawson. De Sternwheeler (raderstoomschip) Klondike is speciaal gebouwd in 1929 om de Upper Yukon River af te zakken, en retour, vanaf Dawson City naar Whitehorse waar de spoorlijn naar Skagway in het zuiden begon, dat aan de Pacific ligt. Nederzettingen en mijnen waren totaal van de aan-en afvoer van deze schepen afhankelijk en Whitehorse werd heel belangrijk en werd in 1953 hoofdstad van Yukon ipv Dawson.

De platte houten bak met 6 roeren, waarvan 2 laag en 4 hoger op het rad (paddlewheel),

deed 4.5 maanden per jaar dienst om de rest van het jaar opgelegd te liggen. De diepgang was 1m, en de vrachttonnage 300, bij 73m lengte. Het rad deed 22tpm, zodat er alleen water en geen lucht werd geschept, alles hydraulisch op stoom als de machinerie werkte met 525HP.

De belangrijkste vracht waren zakken zilver-erts, en de brandstof was hout. Een ertszak weegt 56kg en de 4500 zakken werden elk in totaal 18x getild van bron tot de smelter in Idaho, Kellog. Een matroos verdiende 25$/mnd. De rivierloop veranderde doorlopend, en de stuurman kende het water als geen ander.

Stapels (Cords) houten stammen en meerdere keren laden waren nodig per trip, alles met de hand. Een enorme locomotief-ketel maakte van 15000L water stoom met een werkdruk van 92Kg/squ inch voor de machinekamer waar het rad werd aangedreven via 2 assen. Het verbruikte een ‘cord’ (1.2×1.2×2.4m) boomstam per uur. Speciale masten met tuigdraden zorgden voor stevigheid, tegen te veel buiging van de romp. Andere palen konden zakken op de bodem en de boot iets tillen, zodat deze vlot kwam bij vastlopen. Max. 32 1e (35$) en 2e klasse ($25/stretcher) passagiers konden mee op de reis van 1,5 resp. 5 dagen met 6 laadstops voor hout, behalve als de vracht uit spring- of brandstof bestond. Vaak ook werd deze vracht in een aparte bak (barge, zoals de Atlin) vervoerd, die door de Klondike werd geduwd met max. 3 bakken. Deze werden met stuurdraden de rivierbochten door geholpen. In 1936 zonk hij en is grotendeels herbruikt voor de SS Klondike II, die in 1955 is afgedankt. Na zijn diensttijd is hij in 1967 op een oplegger door 5 bulldozers in 3 weken door een paar straatjes verhuisd naar zijn huidige locatie.

Zo, hier in deze omgeving, maakt het allemaal best indruk. Wat een leven, initiatief en daadkracht. Enfin, wij gaan anno 2018 door met de trip, en rijden 154km verder, naar Haines. De vistrappen en het Kwanlin Dun centrum bewaren we voor als we terugkomen.

De omgeving verandert nauwelijks, vlak buiten Whitehorse zitten een flink aantal Ground Squirrels aka Gophers bij hun holletje Prairiedogs na te doen, we tuinen er voor 99% in, maar horen later hoe en wat. De weg is erg wisselend van kwaliteit, en hele delen zijn ‘in construction, wat worse case inhoudt dat er grind of gravel alle kanten opspatten kan en elke auto voor zeer dichte mist zorgt. Potholes kun je nergens uitsluiten en ook barsten, scheuren, inzakkingen en ophogingen in het wegdek idem. We kunnen geen voorruitvervanging riskeren, dus we zijn zeer voorzichtig, vooral bij tegenliggers.

In zo’n mist komen we bij Haines Junction (letterlijk: de afslag naar Haines) tegen 5pm. Meteen rechts is een RVpark en tankstation, links ligt het Kluane NP Vis.C. en het Da Ku (niet: Daku, wel: ‘Ons Huis’) cultureel centrum. We gaan toch nog even binnen, maar slechts het VC is nog open. Daar is prima wifi, toilet, Luane park info dus we vermaken ons er prima. Er ligt ook wat materiaal over de first nations hier, de Champagne en de Aishihik dän (volken). In Whitehorse en noord daarvan zijn dat de Kwanlin Dűn, in Kluane NP de Kluane en bij Beaver Creek de White River Dän.

Tegen 7.30pm gaan we achter het RVpark langs bij de gemeentewerken op het terrein de overnachting in, in gezelschap van een Eekhoorn. Het blijft lang licht, 20u en 4u schemerig.

180721. Opnieuw tuigen we naar het VC waar ‘ons huis’ al open is. Er is veel boeiende informatie, goed geordend en overzichtelijk, zie de foto’s, dat goed overeenkomt op hoofdpunten met wat we in Teslin zagen. De getoonde gebruiksvoorwerpen maken veel inzichtelijk.

Rond het middaguur rijden we verder, door de wegmist eerst. Dan over de redelijke weg naar Kluane NP, Sheep Mountain, waar we de Dall Sheep missen die er 45minuten eerder waren. Verder gaand, met de nodige bloemenstops, zien we plotsklaps op een afstandje een grote zwarte bol, bewegend. Een Zwarte Beer, maar met diep roodbruine vacht.

Hij kijkt even of we echt stoppen voor hem, en steekt dan op een drafje de weg over. Prachtig!

De weg wordt minder, ruim 50km voor Beaver Creek.Weer een stuk verder zien we bij een restarea eindelijk leven bij het water. Twee moedereenden hebben er al grote jongen. Wilde Eenden (Mallard) volgens mij. American Wigeon volgens Mar (!)…

Het volgende klapstuk komt van een paartje Trompetzwanen op een meertje, samen met een moeder Buffelhead eend met jong. Streng lijkt die zwaan man met nek stijf rechtop en het zwart van de snavel tot achter het oog, en een stuk groter dan zijn vrouwtje.

Twee km voor Beaver Creek is een open plek naast de weg, waar we de overnachting beginnen. Het is meteen het begin van een poging tot muggeninvasie en een feitelijke muggenoorlog met onze Camper Mosquitto Assassins. Uitroeien lukte niet helemaal. Tja, na een week veel regen zijn ook de muggen blij met een zonnige dag.

Morgen rijden we Alaska in. De afgelopen maand kwamen we vanuit Cody naar hier. Zie de kaart van deze trip: https://www.findmespot.com/spotadventures/index.php/view_adventure?tripid=356518

Beestjes en plantjes: In Yukon is de Raaf de officiele vogel en de Fireweed (Wilgenroosje) de officiele bloem. Beide zien we doorlopend langs de weg. De Raven in paren, en Fireweed in grote lappen met mooie donkerpaarse kleuren, gemengd met River Beauty (aka Red Willow Herb).

Nb. In Alaska zijn de Ptarmigan (Sneeuwhoen) en Forget-me-not de officiele vogel resp. bloem.

Wat opvalt: We zien niets van Mt. Logan, de hoogste van Canada met 5959m.

Achtergronden: De First Nations’ voorouders waren hier al meer dan 25000 jaar geleden. Zuid Yukon, Klondike regio, was het eerst ijsvrij toen. Er ontstonden 14 first nations in zuidwest Yukon. Volgens al deze volken is de wereld ontstaan doordat Ts’urk’i (Raaf) het licht bracht door Grandfathers doos open en dicht te doen, het water deed druppelen, de maan, sterren en zon leverde, en Wolf en Mama Fauna de dieren liet baren.

Tussen 1950 en 1970 zijn de inlandse talen verboden geweest. Inmiddels is er sprake van een revival. Er zijn rond de Yukon 8 taalgroepen te onderscheiden. Alle, behalve Tlingit, zijn op de Atapaskan gebaseerde en georienteerde talen/dialecten. Ook de Commanches en Apaches in zuid VS en Mexico horen hier bij. Tlingit is een andersoortige taal die langs de kust wordt gebezigd tot de Tlingit ook naar het binnenland bij Teslin trokken. Hun taal wordt rond 1780 overkoepelend gebruikt, vanwege de handelsbelangen die een voertaal vergde. Soms worden de namen van talen en volken door elkaar gehaald, bijv. ‘de Tutchone’. Het ‘Southern Tutchone’ bijv. wordt gesproken door de Champagne, Aishihik, Ta’an Kwach’an, Kwankin Dun en Kluane dän. En ‘Norther Tutchone’ door White River, Little Salmon, Selkirk en Nacho Nyak dän.

Sommige naties hebben twee, vier, vijf of zelfs zes clans. Allen zijn via de moederband aan haar clan verbonden. Ze trekken met de seizoenen mee door hun regio naar waar dan het voedsel voorradig is. Ze hebben dan ook meerdere vestingsplaatsen en weten door wat er buiten gebeurt, wanneer naar waar te gaan. Uiteraard zijn het ervaren jagers, met slimme simpele middelen om zalm, vis onder ijs, kariboe, eland, gopher etc. te vangen. Ze zullen het wild ontzien waar het niet goed mee gaat, structureel of periodiek. Ze nemen niet meer dan wat ze nodig hebben.

180719 20 Yukon Teslin2Whitehorse

Onze eerste nacht in Yukon verloopt nat, ook de ochtend en als we de 100km naar Teslin rijden (Teslintoo in het Tlingit’s wat lang meer betekent) staan de wissers ook op interval. De weg vraagt weer alle aandacht, ook al omdat er een Eland koe in de berm staat, maar vooral vanwege de potholes. Zeg maar potbuckets vaak. We rijden langs de Teslin River en komen bij het 125km lange meer waar we over een 543m lange brug met open wafel structuur de baai oversteken. Heel langzaam want het is net of je over golven rijdt die je ook nog eens doen driften. Heel apart.

Aan de overzijde is het Teslin Motel waar we tanken voor $1.41/L, stuk goedkoper! Er is een gratis museumpje met mooi opgezette diorama’s met lokale fauna. Ook vissen en de Muskusos

vinden we er naast de Arctische en de grijze wolf, lynx, etc. Bijzonder is het skelet van twee verstrengeld geraakte Cariboes.

Hier leggen we ons Stekelvarken-Wolverine dilemma voor wat in het voordeel van de eerste wordt beslechts adhv het gewaggel met de achterhand. In het restaurantje is een opgezette Marter

en koffie present met taart.

Het dorp is klein en we zitten zo aan de noordkant bij het Tlingit Heritage Center met nu eens gekleurde totems

en boten voor de deur.

De 20 Tinglit stammen zijn divers en komen in heel zuid oost Alaska en Yukon voor. Er zijn nog 13 First Nations en van de 37000 inwoners behoort 23% tot deze 14. 11 er van werken sinds 1993 nauw samen in de Council for Yukon Indians en zijn zelfbesturend. De overige 3 vallen nog onder de Indian Act van 1876.

We kunnen niets gestructureerds vinden dat voor overzicht en samenhang zorgt. Dus nemen we tal van foto’s en wat brochures om naderhand uit te zoeken. Bij de koffie is Sakwnein ( Bannock oftewel ‘oliebol’) en er ligt een boekje in het Tlingit’s hoe je dat maakt, en ook hoe je Ptermigan jaagt en vilt, etc.etc.

Het Tlinkit is een klanktaal en dat moet je liggen anders komt het verkeerd je strot uit. Er is een demomevrouw kleren en kleden (met parelmoer knopen ipv plastic!) en een voor sieraden maken en een medicijnmevrouw waar Mar het wel mee kan vinden bij al die potten gedroogde planten.

We maken uitgebreid gebruik van de wifi, en beginnen dan aan de volgende ruim 200km naar Whitehorse. Een Rode Vos, slank maar gezond, loopt een stukje mee op.

Weer een stuk verder staat ineens een zwart geval links in de berm, kort. De weg is verder leeg, dus ik rem en keer naar die bermplaats. Niets te zien in eerste instantie. Maar dan huppelt een bolletje zwarte wol onderaan de berm, vol in zicht. Een cub! En iets later een tweede, iets minder brutaal, twee cubs!

Moeder laat zich kort zien tussen twee struiken in.

Dan is ook een derde cub heel even te zien bij de andere twee. De brutaalste vermaakt ons even met snuffelen, graven en huppelen. Fantastisch!!

Nb. Sinds Cave Cod in Smokey Mountains bij Cherokee vorig jaar september hebben we zo’n happy family niet meer gezien. Uiteraard wel de huppelcub bij Hyden die ‘alleen’ de weg overstak. Wij nemen afscheid en gaan verder op de weg die telkens weer een ander oppervlakte heeft, maar zelden probleemloos vlak. De regen wordt de hele dag al steeds meer miezer en drup, en soms wat zonneschijn.

20km voor Whitehorse stoppen we bij de Wolf’ Denn, een restaurantje. Na de steak en lam doen we de laatste 20km naar de Walmart. Deze heeft hier beperkt ‘vers’, want ze mag niet concurreren met SaveOnFood aan de overkant van de parking. Beide hebben prima wifi en wij de boodschappen. Het zonnetje schijnt heerlijk.

Plantjes en Beestjes: Een Zilvermeeuw met roze poten, gele snavel met nauwelijks een rode snavelplek, bij het Heritage Centrum.

Wat Raven, met jongen. Verder niets.

Wat opvalt vandaag: opnieuw heeft onze wagen en kenteken de nodige bekijks. Bij de winkels wordt hier gevraagd of je plastic zakjes wilt hebben. Bij de Walmart staan steeds weer andere taxi’s, en ze zijn vlot weer weg met passagier; dure boodschappen… Whitehorse heeft 23.300, Yukon heeft 35900 inwoners (6% van Can.) en 27185 gemeenschappen (?!)…

180717 18 Stewart2Whitehorse via Hwy37 en Hw1 Rancheria Falls.

180717. Het regent vannacht, het regent vanochtend, het regent vanmiddag, het regen vanavond. Dat beschrijft vandaag, hoewel het af en toe bijna droog is en ook niet stevig regent. Het zijn reisdagen, dus redelijk op tijd op, eerst rijden, dan ontbijt, dan rijden, dan lunch, dan rijden, daarna zijn we het rijden wel zat. Dit is de route van vandaag:

Van Stewart, op zo’n 100m hoogte, oostelijk naar Meziadin over de 37a is een goed uur. De rivier langs de weg gaat flink te keer met witbruisende koppen overal. De ‘kabouterhoed’gletsjer die op de heenweg geen verbinding met de top leek te hebben heeft daar nu een brede sliert. Alles wordt door stijgende vochtwolken verstopt, er is bijna geen zicht op de hellingen en sneeuwtoppen. Al ruim onderweg steekt een marterachtige de weg over, wezel of boommarter of nerts? Donkerbruin, niet heel klein. Dat doet ons realiseren dat de Wolverine ook nog op ons verlanglijstje open staat, met de Kariboe en het Rendier. En ook nog graag de Moose een paar keer!

We tanken voor C$1,52/L in Meziadin, en rijden pal noord de rest van de 37. Onmiddellijk huppelt rechts van de wagen een Zwarte Beer door het groen. Een heel stuk verder steekt er eentje over, duikt in de berm onder het talud en is weg. We laten hem lekker gaan en tuffen voort. Echt doorrijden gaat niet, nergens, nooit. Slingerend en op en neer met één baan heen en één neer, zonder berm of schouder, geen strepen, zelden volkomen glad, vaak ronduit ‘bumpy’, soms washboard en gaten en scheuren. We zijn er voor gewaarschuwd, voor die kleine rode wiebertje vormige bordjes met ‘slow’ er op. Doe dat dan onmiddellijk want voor je het weet rij je 10cm lager, of in een gat, of op gravel of wat dan ook. Dat remt behoorlijk af in je gemiddelde. Ook zijn de Canadezen veel minder volledig en accuraat in het plaatsen van adviessnelheidborden. Hier wordt je soms knap verrast en is bijremmen ineens echt nodig.

Het landschap wordt iets vlakker, oftewel minder rots- en bergachtig, zonder sneeuwtoppen, meer vallei met daarin verdronken valleitjes. Mooi gezicht die valleien en -tjes. Er is veel water, rivieren, meren, bermen. Ondanks de aankondigingen zien we geen Kariboes. In Tatogga duiken we een restaurantje in waar ze wel koffie maar geen Pork Chops hebben en waar ze Duitse biefstuk voor Steak laten doorgaan; toch wel te eten. De wifi maakt veel goed en we publiceren er de vorige blog. De zaak zit stampvol prachtig opgezette dieren; ze zijn er allemaal, Lynx, Wolf, Eland, Bergschaap, Berggeit, Wolverine, Wolf, Uil. Wat zijn ze groot, van dichtbij. Buiten herkennen we een franse fam. van Hyder.

In Dease Lake tanken we weer, voor C$1,57/L. Mar haalt er nog een brood en koffie. We hebben al een tijdje door dat de literprijs niets zegt op dit continent, maar het GABbetje des te meer, waarmee we de ritprijs van het Gemiddelde ritje van A=》B bedoelen.Het autorijden is duur vanwege de grote afstanden ondanks de lagere prijs per liter, immers. Iets verder passeren we een duitse fam, bekend van Hyder.

Na 425km zijn we het zat, 200km van de grens BC-Yukon, op 834m hoogte op een Restarea. De duitse fam, bekend van Hyder en unterwegs is er ook even.

Nb. Yukon komt van het Locheuse ‘Yuk-un-ah’ wat Grote Rivier betekent. De midden door Yukon lopende Yukon River is idd een enorme rivier. De Locheux zijn een stam van de Tlingit natie. De Tlingit zijn afstammelingen van de Taku Qwan, die ooit van de zuidoostkust van Alaska naar de bovenloop van de Taku River trokken en rond 1800 naar de Teslin River.

180718. Eerst rijden we een 110km, dan een stop in Jade City waar een buitenmuseum en -werkplaats is en een winkel met allerlei gesteente en koffie en wifi.

Het gesteente met Jade (groen, na polijsten) en Rhodoniet (wit-rood-roze na polijsten) komt hier veel voor, en zorgt uiteraard voor nering en winterbezigheid. Mar schaft een ring van Jade aan. We doen daarna ontbijt uit het vuistje tijdens het rijden. De weg kwaliteit is weer wisselend met zowel een paar km goed glad asfalt, maar ook een dikke km ‘resurfacing-under-construction’ oftewel modderig bonkige gravel. Verder veel grindasfalt met te weinig asfalt of die ze vergaten te walsen.

Opnieuw zijn er veel riviertjes, meren en halfverdronken mooie valleitjes. We rijden ‘langs’ de Dease River en een flink stuk langs en door verbrand bos in wederopstand. De wegkanten zijn meestal dichtbegroeid, dus de mooie uitzichten zijn beperkt. Toch is er eentje van het schilderachtige type waar zowaar onze eerste Can. Moose (Eland) koe te zien is aan de overkant.

Ze eet watergroentesoep en houdt ons goed in de gaten. Een stuk verder loopt een magere Rode Vos langs de weg een kort stukje met ons mee, om dan over te steken en de bush in te gaan.

We wensen haar een vette hap toe.

We komen na weer een 110km in Yukon op de Alaska Hwy kmpaal 1000 bij Nugget City, 25km west van Watson Lake waar we over een tijdje op de terugweg langs gaan … en nog wat verder. De naam zegt genoeg over de goudkoorts die hier in 1898 woedde rond Watson Lake, de Klondike goudkoorts. We stoppen bij een camping met restaurantje voor een tegenvallende hap en bediening, en zonder wifi.

De hwy 1, Alaska hwy en hier op precies de 60e breedtegraad (Kariboekeerkring?), is iets breder en heeft een iets beter wegdek maar wel met de nodige potholes er in, uitkijken dus. Hij is vlakker en geeft met brede matig beboste bermen een ruimer gevoel. Mar is weer aan het wegdutten als ik plotseling links langs de wegrand iets zie meeslenteren wat ik niet meteen kan thuisbrengen, een dikke meter lang, donkere vacht en volle ronde staart. De eerste indruk is Gordeldier, maar dat kan hier niet en klopt niet met wat ik zag. Stekelvarken? Kan ook niet want die is overdag verstopt, en wat ik zag had geen pennen. Beide hebben het silhouet met hogere achterheupen en naar voren duikende kop. We remmen, rijden een stuk achteruit terug en zien hem nog net een stuk verder in de berm van achteren, wegslenterend, stevig en waggelend. Mar bedenkt: Wolverine. Navraag naderhand in Teslin leert dat het waggelende ding toch een Porcupine (Stekelvarken) moet zijn. Ook leuk.

We stoppen na 110km hwy1 bij wat bloemetjes voor een foto, Yellow of Field Locoweed

en gaan weer op weg. Bijna vergeet ik wat ik aan het doen was, Eva instellen omdat we bij de Rancheria Lodge en dus watervallen in de buurt zijn. We zien de Lodge en rijden verder. Verder dan ik verwacht staat een bord, we komen in de buurt, missen bijna toch de niet aangegeven afslag en staan, inmiddels in de regen, op een ruime vlakke gravelparking. Tijd voor koffie en de CKQ gaat aan de slag. We wachten op droogte om de 2x500m hike naar de Falls te doen.

Er wordt op de deur geklopt, wie zou dat zijjn? Het is de duitser, bekend van Hyder en unterwegs, en we sprassen eben gemutlig. Zij gaan verder, wir bleiben. Een meeuw vliegt pal langs de voorruit; te snel voor details.

Dit is de route van vandaag:

De flora en fauna: We lopen op een bijna droog momentje toch naar de Rancheria Falls. In het bos zien we tussen de bomen een schitterend palet, door Mamma Natura van mossen, korstmossen, Paardestaarten en varens getamponeerd.

We denken o.m. aan de Arctic Kidney Lichen,

Salted Shield Lichen, Knight’s Plume moss, Cariboe (ook wel Grey Reindeer) Lichen,

Toy Soldier Lichen,

Flaky Freckle Pelt Lichen,

Common Haircap moss

met een eenzame Monkshood (Monnikskap) er tussen bij de Bunchberry.

Wat opvalt: De 60° breedte komen we ook nog tegen als zuidelijkste puntjes van als we in ‘groot’ Alaska zijn, Sewart en Homer. De Poolcircel (67°) benaderen we in Fairbanks (65°), maar niet echt bijna. Sinds Canada is er weer meer sprake van Washrooms dan van Restrooms, omgekeerd van dat in de VS dus.

Nb. We hebben nu (19/7) bij het Tlingit museum goede wifi en m’n filmpjes spuiten er doorheen richting dropbox. Dus als je de Grizzly filmpjes wil zien, kijken!! Over niet al te lang moet ik ze schonen!

180714 15 16 Stewart BC Hyder Alaska

180714 middag. Na registratie op de camping taaien we onmiddellijk af. Op een klein kwartiertje en 10km, je mag slechts 20km/u in het kleine dorpje Stewart, ligt ons doel over de Canadese grens in de VS, Hyder in Alaska: Fish Creek. Die plek staat de komende 3 dagen centraal, ook al is de verwachting minimaal.

Er zijn op de route 14 ‘interessante punten’ aangegeven, waarvan Fish Creek de 6e is. Stewart en Hyder zijn door een 150km lang fjord op de grens verbonden met de Pacific, en het haventje hier is altijd ijsvrij daardoor.

Ze liggen bij Mt.Rainey die de hoogste van Canada is en bij Salmon Glacier die ’s werelds langste via de weg bereikbare gletsjer is. Rond 1950 woonden hier 10.000 mensen in de glorietijd van diverse kopermijnen. Op de weg hierheen,die we vanochtend reden, liggen 72 lawinepaden en 20 gletsjers. Hyder en Stewart zijn verbonden door meerdere smokkelaarspaden. Hyder is inmiddels bijna een ghosttown en Stewart heeft 900 bewoners.

Vlak na de grens, waar de VS geen toezicht houdt, begint het Tongass Nat.Forest. De Tongass Tantakwan stam bevolkte hier de Tlingit nation. Het NF omvat de hele zuidoostpunt van Alaska met 17.600km kustlijn. We komen dan al snel bij Moose Pond, waar geen Elanden zijn ondanks de naam. Het is een moerasje met kleine en grotere water- en rietgraspartijen en hier en daar een hoger droger punt. Het moet barsten van wildlife, maar wij zien een totale leegte. We rijden verder langs de Salmon River die een brede grindbedding heeft met diverse stroompjes water.

Dan komen we bij Fish Creek, hoopvol gestemd. Voor $10/3dagen pp mogen we de boardwalk op die zich naar twee kanten een dikke 100m uitstrekt, flink boven de grond en langs de Fish Creek en aan de andere kant de bosrand en een meertje, de Fish pond.

Daarachter is de Salmon River te horen. Er is niets te zien, behalve het kristalheldere water.

Elk moment kan de eerste Zalm van dit seizoen zich laten zien, 3 jarige Soho, Chum en 2 jarige Pink Salmon. Gemiddeld gebeurt dat op 14juli. Die zetten hier hun eitjes en sperma af, en sterven. Tegelijk doen Zeemeeuwen, Beren en Eagles en zelfs Wolven zich tegoed aan wat ze vangen of wat blijft liggen. Nu ff niet dus …. Het toppunt van het feest ligt gemiddeld rond eind Juli…. bummerdebummerdebum…

We rijden verder richting Salmon Glazier, maar komen 100m verder tot de ontdekking dat dit 21km onbestraat washboard rijden wordt, niet dus. BaalendeBaal, want …. de 5de grootste in Canada, en wat een ding volgens de plaatjes als restant van wat BC en Alaska totaal overdekte 14000jr gelee, op wat nog steeds scherpe toppen van pieken na.

We mogen geen avondeten klaarmaken in de buurt van de Boardwalk, nemen tal van foldertjes mee over paddestoelen, varens, mossen, korstmossen, veen, bloemen, bomen. Hebben we toch wat… en gaan in het dorp uitzoeken of het Vis.C. goede wifi heeft. Maar eerst weer langs Moose Pond en de Canadese douane die ons deugdelijk registreert en vraagt of we aan te geven zaken als drank, wapens, inkopen etc. hebben, nee dus. Het Vis.C. heeft geen maar de buren Inn wel prima wifi en een in de huismuur nestelende Zwaluw.

Nuttige wifi want op de campground is matige en beperkte wifi per apparaat. Mar doet inkopen bij de lokale Grocery, en we hebben een ijsje verdiend. De rest van de lanterfanttijd op de campground gaat op aan lanterfanterij.

Tegen 6pm gaan we weer op pad, naar de grens en er over en in het bos naar Moose Pond om vol op de rem te gaan als van de rechterhelling uit de bush een Zwarte Beer aangehobbeld komt die huppelend de weg oversteekt in het talud daar afdaalt en…. weg is!! We staan pal daar waar hij verdween en kijken elkaar verbaasd aan. Zo klein is hij nou ook niet. Met de ramen open kijken we toe tot we iets horen ruisen, net onder ons. Daar komt hij te voorschijn en staptsnuift rustig naar de poelen door het rietgras. Hij gaat het water in en voert daar een tol-, zit- en koppiekrauw show op,

zwemt 7m naar de overkant, klimt op de kant, gaat daar het rietgras door naar een droge hoop bij een boom, keert om, springt jolig over een kreekje loopt naar de poel terug, zwemt iets, draait in de rondte en komt onder ons weer de bermbeschuttong in. Stilte, weer. Na even gunnen we hem zijn domein en vertrekken.

Bij de Fish Creek is het kwart over 6. Oeps, een kwartier te laat want gekscherend beloofde de ranger ons om 6pm een bevershow in de Fish Pond, waar we al een beverdam hadden ‘ontdekt’. Bij de Pond blijkt nog niets te zien te zijn als we bij de dam komen, maar direct al zie ik in de verte beweging. Een Vr.Zaagbek met jong, ook leuk. En jawel een tak komt aangezwommen met iets er aan, waarvan de kijker een Beverkop bevestigt. Hij komt voor ons langs naar de dam en slaat daar aan het vlechten, zwemt weer weg, gaat de bush in waar we struiken heen en weer zien gaan, komt weer terug, etc.etc. met dan weer een kleine en dan weer een grotere tak met blad en al. Zo gaat het even door, en dan zie ik de tweede bever die zich bij het feest aansluit.

Prachtig!! Nieuwe soort!! Fantastico!!

We houden het zo uit tot de Bevers het opgeven tegen 8.30pm, en volgen hun voorbeeld. Te vroeg …. blijkt de volgende ochtend, want we missen het uitgebreide bezoek van een Grizzley rond 9u….. en een Zwarte Beer middennacht (er schijnen 3 cams te zijn).

180715. We zien een attente Bald Eagle bij de Moose Pond in een boom, zijn bij de Creek iets na 6am, waar we de Zaagbek met 3 pullen, een enkele losse Zaagbekpul en een IJsvogel mogen bewonderen tot we aan ontbijt aan boord toe zijn, nog een rondje lopen en aftaaien naar grenswacht, Inn en campground. Bij de Moose Pond zitten nu twee Bald Eagles en verder op het grindbed van de Salmon River nog één op een boomstamrestant.

Tussen de middag eten we warm. Tegen 6pm gaan weer de grens over, door Hyder, Tongass in, langs de lege Moose Pond naar Fish Creek. We hebben de walkytalkies opgeladen want Mar zit liever in de wagen dan niksdoend ijsberen op de boardwalk, en zo kan ik haar oproepen. Rond 8.30pm ga ik even happen in de wagen. Daarna weer ‘wachtlopen’ en de ene Bever en de Ijsvogel bekijken. Tegen 9.30pm vertrekken we en horen van anderen dat er rond 8.30pm heel even aan het eind van de boardwalk een flinke Grizzly is gezien. ….stevig balen….

We gaan richting grens als na een bocht een pup Zwarte Beer goed zichtbaar de weg oversteekt en de rivierberm induikt. Moeder nog kid(s) laten zich daarna nog zien. Toch nog een beer(tje) vandaag!!

180716. Het regent vannacht en vanochtend. We zetten de wekker af als die rinkelt en maken er een uitslaapochtend van. Tijd om de was te doen is er vervolgens zat. De verwarming gaat even aan om klamheid te vermijden.

Rond 1pm wordt het droger. We moeten onze laatste kans uiteraard niet laten lopen. Dus gaan we tegen 4pm richting Fish Creek maar wippen eerst bij de SeaFood Bus aan voor een Mermaid Clam Chowder en vooral de Sauted Halibut (Heilbot) plus een paar stukjes Smoked Halibut. Lekker, vers!

Daarna lopen we vanaf 5pm bij Fish Creek, ik op het eind van de boardwalk, wacht in afwachting van de ‘vast rond 9pm komende’ Grizzly. De Bevers zijn er niet, de Zaagbekdame ligt op een boomstam met een pul, en de King Fisher zit op zijn tak. De mossen blijven boeiend, Mar vindt een onbekend bloemetje dat na studie mogelijk een Saxifraga spec. is, of de Smooth Alum Root.

Dan steekt om 9.15pm ver weg een bruin groot geval het riviertje over: Grizzly!! Hij steekt een beetje de draak met ons allemaal door zich telkens op de oever het struikgewas in te draaien, maar komt gaandeweg steeds dichterbij. Ruim een half uur houdt hij ons geboeid bezig, telkens stapetend, telkens dichterbij en voorlangs slenterend.

Daarna duikt hij de bush in aan de overkant, gaat daar de weg op en weet precies dat hij daar ergens tussen de steile stukken helling omhoog kan.

Wat een show!! Awesome!! Een betere afsluiting kunnen we ons niet voorstellen. Meer is te veel gevraagd. Hoewel…. het zien van beren die zich massaal op vis storten kunnen we wel vergeten, vooralsnog.

Om 10.15pm rijden we weg, en het begint net te miezeren. Eenmaal op de campground blijkt een motorfietser naast ons geplaatst te zijn en onze picknicktafel verplaatst te hebben, terwijl m’n 110-220v-converter er verdekt en veilig onder stond, dus … niet meer. Nu weer wel…. Het regent en we gaan zo pitten, eerst bloggen. Het is 23.23pm hier en 8.23 in A’dam, goedemorgen daar!

De komende 6 dagen gaan we door BC en Yukon naar Alaska, onze 20ste USA staat. Lange reisdagen met flink wat km’tertjes via 700km naar Watson Lake en 550km via Teslin en Whitehorse naar Beaver Creek op de grens. Wifi? We zien wel.

Plantjes en beestjes: De bomen langs de boardwalk zitten vol korstmossen (Levermossen? Nee toch niet. Ja toch: Tree Ruffle Liverwort?)

en korstmossen (Lungwort, Methusula’s Beard=Baardmos? e.a.). Het water is zo helder dat we de Bevers onder water kunnen zien zwemmen. De Zalmen zetten hier hun eitjes af en de jonkies blijven een jaar tussen de grindkiezels hangen tot ze hele visjes zijn geworden. Dan zwemmen ze pas richting zee.

De blommen: 14/7: Black Elderberry, Salmonberry (roderoze vrucht lijkt op klontje zalmeitjes), Red Willowherb (ook : River Beauty),

Sedge (grassen), Arctic Dock, Whiteflowered Willowherb.

In Alaska is de massale zomertrek naar de paaigronden van Eulachon (spreek uit: hooligan), Haring en Zalm van enorme biologische betekenis en een complexe lifecycle voor talloze dieren, planten en mensen (first nations). Zo’n 50 diersoorten fourageren massaal direct op de nog trekkende vissen, en zijn qua winter-overleven van die opvetting afhankelijk. Ze zijn dan niet op hun aardigst…

Vooral de restanten van de vreetpartijen bemesten zowel het water als naastgelegen gronden dusdanig dat klein grut die troep weer consumeert en de hele cyclus weer opstart van wie eet wie en wat wanneer. Juist de net als ei afgezette trekvissen moeten het daar van hebben. Waterstremmingen als beverdammen reserveren voor hen de nodige voorraad op de paaigronden, de rest is voor wie het vindt waar het is. Landdieren halen hun visvangst uit het water en verorberen het op het land of in bomen, zodat ook daar voorraden nutricienten aangelegd worden die hun eigen biotoop bemesten en doen gloreren voor hun nakomelingen en henzelf.

Wat opvalt:14/7: het water van de Creek komt deels uit een bron en deels van de Salmon Gletsjer verderop. ‘S nachts daalt de dooiwaterstroom, maar vannacht net juist niet. Mogelijk is de Gletsjer aan het afbrokkelen en wacht een overstroming komende dagen!? 15/7: idd staat het water bij het fjord in Salmon River aan weerszijden van de weg hoger, er is nauwelijks grindbedding te zien daar.