180824 Drumheller Tyrrell useum

Op ons (graan)akkertje rijden we tegen 10u de laatste 50km naar Drumheller door een akkergebied met steeds meer butsen, deuken en net geboren canyons. In veel poeltjes zitten flink wat eenden.

Ooit lag Drumheller aan de westkant van een grote binnenzee.

Waar nu Edmonton, Banff, Galgary etc. liggen was dus ondiep zeewater. De stormen waren in die tijd gigantisch net als de overstromingen die je Tsunami zou kunnen noemen. Wat er leefde werd weggevaagd tot in diepe gaten en opstoppingen door opeengehoopte bomen, puin etc. Die ‘pits’ zijn nu wereldberoemd. Nergens zijn zo veel fossiele skeletten van van alles en nog wat gevonden. De laatste ijstijd van 2milj jaar geleden zorgde voor opschudding en uitslijpen van het land dat, sinds op elkaar klappende aardplaten, omhoog kwam. Het glooiende landschap is het gevolg, net als de Rockies etc.

Hier echter, rond Drumheller, werden ‘Badlands’ gevormd, wat zo goed als onbegroeibare kleine bergen zijn. Het uitslijpen en de Badland-erosie bracht en brengt onnoemelijke hoeveelheden begraven materiaal omhoog en bloot.

Drumheller werd wereldberoemd en het Badlands Park een World Heritage Site.

Het Tyrrel Museum in Drumheller draagt dat onovertroffen uit. We hebben heel wat van dat type musea gezien, maar dit is (ook) wel héél goed. De met fossielen te staven aardhistorie van Alberta en de randen van BC en Saskatchewan wordt op alkerlei manieren getoond, in woord, beeld, diorama’s, levensgrote echte skeletten van het kleinste organisme (ooit gigantisch) als bijv. de Trilobiet tot de grootste in of boven water of in de lucht. Ook hoe en waar gevonden en geborgen, overgangsvormen, etc. Imposant!!

Mar is maar even aanwezig (van wie heeft K dat) in de drukke massa en de enorme wisseling van getoond materiaal. Ik dwaal van begin tot eind geboeid rond. Er is nauwelijks een verhaal van te maken, zie de foto’s en google er maar op los! We gaan rond 16.30u tanken en verder.

Bij deze een (deel van een) impressie:

180821 22 23 Chetwynd2Drumheller via Elk NP Edmonton

Het is zonnig, voor zover je dat ziet door de waas van forestfire-fijnstof. Al een paar dagen na de Rockies rijden we langs steeds minder korte golf-heuvels met steeds minder naaldbomen en steeds meer lange golf-heuvels en forse akkers met groen, gelig, geel, rooiig en uitgerijpt roodbruin graan. We tuffen Chetwynd uit, al kijkend naar de Cedar sculpturen die we nog niet eerder bekeken. We rijden eerst de hwy97 af en tanken in Groundbirch voor C$1,37/L, dit in de verwachting dat in Alberta de diesel duurder is, wat naderhand niet zo blijkt te zijn. Een eerste lifter laten we staan en na ruim 2u ontbijten we langs de weg op een priveopslagterreinoprit, en voort gaat het weer, zuid oost.

De weg is bijna meteen goed en wordt zelfs uitstekend. En als je daar na ruim gelukzalig genot aan gewend denkt te kunnen raken, treft je de harde bonkende werkelijkheid van scheuren dwars en overlangs, potholes, uitgebroken patchwork en gedeng-gedeng naden tussen betonasfaltplaten terwijl je op een trilplaat rijdt van overmatig grind of ondermatig asfaltgebruik. Geen wildlife vandaag onderweg. De kleurige wegbermen zijn inmiddels en al een paar dagen steeds somberder geworden met pluizende grassoorten, mannelijke cattails (lisdodde-bloemen) en Fire Weed. Kleur komt nog van de weinige hoogste Fireweed bloemen, de bruine Zuring en de vrouwelijke Lisdodde bloemen (immers ‘als de man klaar komt, is de vrouw de sigaar’).

We komen door Dawson Creek, Pouce Coupe, Demmit, Wembly en langs een paar first nation gebieden met Engelse namen en slechts de Cree verwijzingen lijken authentiek. Inmiddels is het ineens een uur later; we zijn in Alberta. Regelmatig staat er in een veld een Ja-knikker aka

Feeding Duck. Ik wil naar het Trumpetter Swan paradijs Saskatoon Island PP, maar ondanks het 4km-verder-bord is die niet snel genoeg te vinden. Voorts dus. In Grande Prarie, wat een flinke stad blijkt te zijn, ploeteren we over een omleiding die zelf een beginnende wegreconstructie lijkt te zijn. Direct daarop gaan we aan de koffie bij de Subway alvorens de hwy43 op te draaien, pal oost.

Al snel pikken we een lifter op, Patrick met hond Patibus. Hij komt oorspronkelijk uit Quebec, zwerft al 6 jaar door Canada, is al bijna overal geweest, komt net van de poolcirkel in Yukon en gaat naar Labrador om op de Artic Ocean zijn tent op te zetten zodra die (zee) bevroren is. Wij gaan naar Edmonton, en ze mogen mee. We tanken weer in White Court voor $C1,21 (?), en gaan aan de ijsco. Lunch doen we onderweg met kipstukjes, mandarijn en de ingeslagen ijsco. In Tumbler Ridge rijden we het Dinosaur Discovery center voorbij, we komen immers nog in een World Heritage Dinosaur gebied komende dagen.

Bij Onoway bij de plotselinge afslag links vanaf de hwy43 naar de hwy37 raak ik het spoor even bijster omdat ik zo tegen het verkeer in denk te rijden. Met een kort heen en weertje zitten we weer op het juiste spoor en op de 37. Na in totaal ong. 690km bereiken we, via Calao en Namao, uiteindelijk Edmonton noord bij de afslag naar de hwy15 waar het gek genoeg Fort Saskatchewan heet terwijl we nog in Alberta zijn. Dit komt omdat de Saskatchewan River hier langs loopt. We rijden zo ongeveer tegen een winkelgebied aan, nemen afscheid van de lifters, eten een burrito-hap bij de Mexicaan en steken de weg over naar de Walmart. Deze is bijzonder RV-onvriendelijk en staat max 3u parkeren toe, dus staan we bij de overbuur vannacht, probleemloos.

Wat opvalt vandaag: Sinds we de Rockies afdaalden nam het aantal insectenaanvaringen op de voorkant enorm toe, met flinke knallen. Het zijn kleine Wespen. Ook als je ergens stilstaat word je volledig omsingeld door deze dieren, tientallen. We houden alle horren dicht en Mar kan niet bijbruinen buiten in haar stoeltje. Ze doen niks maar zijn er, onderzoekend. Naarmate we afdalen wordt de concentratie iets minder. Bij elke tankbeurt is het voorruitpoetsen geblazen. Ook merken we dat het ’s nachts en ‘sochtends niet meer zo koel is. We komen duidelijk uit de bergen zuidelijker. De fijnstofmist wordt iets minder dik. In BC woeden een kleine 300 gecontroleerde en een kleine 300 oncontroleerbare branden. Het beinvloedt het zicht en de luchtzuiverheid tm Alberta en Sakatchewan tot Manitoba. Op ons eindpunt vandaag ruiken we de brandlucht niet meer, maar helder zicht is nergens te bekennen.

180822. COLETTE (spreek uit ‘collet’ op haar specifieke verzoek!) is 6 jaar geworden vandaag en we ontvangen filmpjes dat ze onze toegezonden multicolour knuffelsledehond uitpakt en omarmt. Leuk! We doen nog wat boodschappen, teleurgesteld dat de Walmart in (heel) Canada een (fors, maar) smakeloos assortiment kaas en (nauwelijks) vleeswaren biedt en ook de rest waarmee we in de VS verwend zijn (smeerleverworst, haring in wijnsaus) niet heeft. De zalm is onbetaalbaar, en dat zijn meestal staartstukken. Enfin, we slaan in wat nodig is, w.o. warme gebraden kip. Dan toeren we de slechts 30km over de hwy15 naar Lamont, en worden aan het einde verrast met wegwerkzaamheden als we afslaan naar Elk NP.

Na 10km zijn we bij de Astotin Lake campground, waar we een nonservice plek kiezen op loopafstand van de prima douches. Mar krijgt schoonmaakneigingen er door, die ik geduldig afwacht. Wel claim ik het mattenklopwerk, ergens een keer die dag. Eerst 1/2 kip eten als lunch. Straks de rest plus opbox-groente-resten als diner. Jammie!

Plantjes en beestjes: Ook hier zijn de bloemkleuren aan het verdwijnen. Opvallend zijn de wel 2.5m hoge brandnetels, aka Stinging Nettle, verder staan er afstervende Netelsoorten en nog wat bleekwitte en -gele honingklaver, omringd door witte- en zwarte bessen struiken die niet op naam te brengen zijn. Een enkele Dagkoekoeksbloem staat nog in witte bloem. Herfst alom. Op de camping delen we ons plekje met een Eekhoorn met mooie witte oogring. Ook een Hairy- of Downey Woodpecker komt even buurten.

Het Elk NP is hofleverancier Bisons, ook voor andere parken. Het is geheel omheind en zou volgens de folder soorten als Elk, Black- en White Tailed Deer, Wolf, Eland, Zwarte Beer en twee soorten Bisons herbergen. Volgens ons is dat sterk als we nameten dat het op zijn best 11x24km omvat, en dat zou levensvatbare genetisch gezonde populaties kunnen borgen!? Nieuw voor ons is dat er twee soorten Bizons zijn, plain- en wood-Bisons. Dat verklaart de duidelijke verschillen die we een kleine week geleden opmerkten bij de (?Wood-)Bisons op de lower Alaska Highway t.o.v. de (?Plain-) Bisons in Yellowstone, Badlands en Custer!! Nieuwe soort dus, in elk geval!! Ha, ha, ha! Hopelijk zien we er iets van morgen, als een door het park rijden, noord-zuid.

180823. We hopen Bisons en Elk te zien en gaan vroeg op pad. We rijden om 6.45u naar de eerste trail die we tegenkomen en lopen er een stuk in. Buiten een schetterende Eekhoorn en twee verse hopen is het er rustig. We rijden verder en al snel komt ons een stier Wood Bison tegemoet geslenterd. Mooi dier!

We draaien de weg in langs het meer naar het verste punt er van, en zijn bijna bij de westgate als in de berm een tweede stier Wood Bison ligt. Deze kwispelt ons toe en kijkt ons droevig aan. De andere zijwegen blijken net geasfalteerd te zijn, en de bermen er van zijn kaal en zanderig. Daar komt geen dier op af, dus we rijden de hoofdweg weer af. Een stuk verder zien we ze al staan en aankomen: een kudde van een kleine 100 Wood Bisons met alle geslachten en jaargangen er tussen met een enkele volwassen stier. Ze houden een stastil op de weg en laten zich goed zien.

Tegenover komend verkeer gaat het te traag en met toeteren en ‘duwen’ gaan de dieren op zij en de berm en het bos in. Daarna komt nog een klein groepje en daarmee hebben we het gehad. We rijden buiten het park langs het hek richting Edmonton, en noteren nog twee Wood Bisons en een Elk.

Het is vervolgens nog ruim 40km naar Edmonton, waar we ontbijten. De teller geeft aan dat de Zwerfuil precies 40.000km heeft gereden deze reis

en we vieren dit door hem zijn eerste wasbeurt op dit continent te geven, na de minder gelukkige poging eerder.

Jeh, wat is die mooi, als ie schoon is …

Voor $C57 is hij van 14 maanden vuil en heel veel insectenlijken af en wij weten dat de wagen gemakkelijk goed schoon te maken is, als hij schoon de boot op moet.

Dan tuffen we 10km naar Fort Edmonton Park, waar we begroet worden door een schetterende Steller Jay (Gaai). Hier hebben ze het Edmonton-leven in 4 tijdsgewrichten uitgebeeld en hoewel we eerder elders al een paar forten zagen, lijkt dit iets anders te zijn. Het is te merken dat de vakanties praktisch voorbij zijn want het is er best rustig als we op het openingsmoment binnen gaan om 10u. De horsewagon, ponyride, stoomtrein en Ferris Wheel (reuzenrad) zijn niet actief, wel de streetcar (tram) en de shuttle die ons naar het eindpunt brengt. Daar merken we om 10.45u dat de herberg pas om 11u koffie, koek en broodje saucijs serveert. Inmiddels hebben we al de nodige woningen en naar de tijd geklede ‘bewoners’ uit de periode 1885 e.v. bekeken,

waarna we naar de oudste periode, 1846 e.v., gaan.

Er staan een paar tipi’s van Cree natives, met drie van hen er bij.

Eén is een Métis Cree (Mesties, halfbloed), de anderen authentiek Cree. Dit maternaal georienteerde en meer dan 11000 jr oude volk kent 4 groepen, naar gelang hun leefomgeving: bos-, berg-, vlakte- en moeras Cree. In en rond deze streek woonden Nakoda, Nehiyawak Cree en Nitsitapi Blackfoot. Rond de Saskatchewan River leefden deze first nations al meer dan 500 generaties. Het huidige park ligt in hun toenmalige territory en deze plek was het centrum voor hun handel, jacht en visvangst omdat het tussen de bossen en vlaktes ligt en lag. Na 1800 vormden zich ook gemengde nederzettingen, de Métis. De Métis ontwikkelden zich als een geheel eigen cultuur plus tradities, ceremonieën etc. Rond 1845 vestigde zich de eerste kolonisten die de Hudson Bay C’ie oprichtten, als Trade Post voor huiden, vachten, voedsel etc. in een positieve gelijkwaardige onderlinge relatie. De militairen volgden.

Twee tipi’s staan dus naast het replica militaire Fort, dat omringd door poorten, dubbele palisades, groentetuin, stallen en kijktorens een erg echte indruk wekt, met barakken etc. en ramen bespannen met gewaxt huidvel.

De verdere indeling is niet nieuw voor ons zoals wooneenheden, smidse, bakkersoven, kruitopslag, werkplaats. Helaas lopen er geen acteurs als bijv. geuniformeerde militairen rond.

We lopen terug naar en door ‘1885’ nadat Canada in 1869 het noordwesten claimde tot aan BC, en verdragen sloot met de natives. De Métis en sommige Cree stammen verzetten zich tegen wat dit met zich meebracht als het verdwijnen van de bisons, landverlies aan kolonisten etc. Vooral in wat nu Saskatchewan heet speelde het rumoer en de strijd zich af. Het ‘Indian Department’ kocht het af met eigen gebieden (reservaten) en ‘scrip’ (eenmalige landuitgifte aan de Métis. In 1881 werden zo goed als alle beloften en verdragen gebroken door de kolonisten. HBC verloor haar monopolie-positie. Postkoetsen werden beroofd, etc.

We zien er de huizen, koetsen, kledij en bedrijvigheid uit die tijd als pelzen-groothandel,

kerk, saloon, herberg, kleer- en schoenenmakers, etc. Er woonden ong. 350 non natives.

In ‘1905 e.v.’ explodeerde het bewoneraantal na het gereedkomen in 1891 van de spoorlijn tot ruim 14000. Er waren te weinig huizen en honderden woonden in een tenthuis van canvas (Tent City) met bijv. water en telefoon.

Métis en Cree werd nog meer afgenomen, verloren elk recht en werden nog verder teruggedrongen. De regering stichtte scholen voor native kinderen die volledig geassimileerd en misbruikt werden. Het effect er van werkt nu nog door.

In ‘1920 e.v.’ dook de economie in recessie, na WO-1 en daarop volgende depressies. Met het image van de ‘stoere wilde’ probeerde men de streek te marketen. Luitenant en native Fred Croft zette de Can.Indian League op in 1919 die al snel groeide en in 1922 in Maskwacis het hoofdkwartier (Grand Council) vestigde. De ontwikkeling van Edmonton zet langzaam door.

We zien de modernere huizen en winkels, tram en auto’s.

Teruglopend naar de schone Zwerfuil valt een struik op met fraai gekleurde vruchten. Geen idee wat het is.

We gaan tanken (C$1.19/L) en rijden de stad uit naar het zuiden tot op 55km van Galgary en slaan dan naar het oosten af. Al die tijd zien we onafzienbare graanvelden en wat weiden met paarden en koeien, precies één varken en twee ezels.

Het is in totaal 290km naar Drumheller waar we rond 17.30u tot op 50km komen. De smog neemt toe en het is warm. De zon komt slechts rood door de luchtsmurry heen maar de lichte avondkoelte is welkom!

We staan op een grindzijweg tussen de graanvelden. Opvallend zijn de groene en zwarte plekken er tussen, die we ook in andere velden al zagen. Hier is het groen alleen laag, en ik zie beweging. Gauw de kijker er bij die een handvol Ground Squirrels laat zien maar ook andere koppies die op kievieten lijken. Kijkpijp er bij en ik zie een viertal pleviertjes die erg aan Bontbekken doen denken, buiten hun slanke gestalte, erg lange plevierensnavel en erg brede band om de lange hals. Wilson’s Plovers? Ook een aan Draaihals doen denkende vogel met gelige licht gestreepte borst/buik en grijsbruine bovendelen loopt er druk zoekend rond. Thuis nog eens uitzoeken!